Al schuddend naar aapjes kijken

We moesten vroeg op, omdat wij een rit van zo’n 250 kilometer voor de boeg hadden. En dat gaat niet zo snel op slingerweggetjes waar flinke gaten in het wegdek zitten. Maar het vele geschud zou zeker beloond worden, omdat wij eerst langs het Orang Oetangs reservaat zouden gaan.

De grote apen worden elke dag twee keer gevoerd. Een keer vroeg in de ochtend en daarna nog eens laat in de avond. Teminste als ze daar zin in hebben… Soms hebben zij zelf genoeg voedsel gevonden om niet naar de voederplekken te komen. Maar wij hadden geluk! Een vrouwtje met kind kwam even hallo zeggen, en bleef zitten om een kokosnoot en wat bananen naar binnen te werken.

Even later werden wij door de opzichter naar een andere voerplek gedirigeerd, want daar was een ander mannetje gevonden die ook al aan het nommen was. Het blijft mooi om te zien hoe zij, terwijl zij met 3 poten aan een boom hangen, toch nog een kokosnoot weten te openen.
image

Na een uurtje en vele blikken van verwondering later werden wij uit het park gegooid. De rit naar het resort toe zou nog zeker 4 uur duren. Onze reisleider Tony wist wel waar het gaspedaal zat, maar dat betekende voor ons dat wij behoorlijk door de cabine geschud werden. De wegen zijn namelijk niet zo goed als in Nederland, en enige controle op te snel rijden ontbreekt.

Onderweg stopte wij meerdere keren, maar dat was vooral om te kunnen toileteren, saaie marktjes te bezoeken en om te lunchen. Tony vroeg aan ons of wij iets hadden meegenomen voor de plaatselijke Iban stam (ook wel bekend als de koppensnellers). Wij hadden zelf al wat kleurpotloden en stiften meegenomen, maar Tony zei dat er 37 mensen daar momenteel leefden. Dan zijn 18 kleurpotloden en 18 stiften een beetje weinig.

Omdat wij zagen dat andere toeristen al lekkernijen hadden gekocht, kochten wij wat bruikbaarders, zoals zout (om vlees te pekelen) en een fles Brandy. En uiteraard werd er voor ons wat bier ingeslagen. We moeten hun tenslotte tevreden stellen, anders zouden wij ons hoofd verliezen!

Het resort is alleen te bereiken via een boottocht. Maar dit keer was het gelukkig een normale boot. Bij aankomst bleken alle verhalen wat wij op internet gelezen hadden hartstikke mee te vallen. Iedereen klaagde namelijk dat je een behoorlijk stijle trap moet nemen om bij het resort te komen. En uiteraard moet je je eigen tas tillen. De trap was dan wel een beetje glad van de regen, maar was aanmerkelijk minder stijl dan onze trap thuis.

Eenmaal ingechecked konden wij een frisse duik nemen in het zwembad waar niemand anders was
image

en na het avondeten hebben wij vreselijk genoten van ons prachtige uitzicht, de geluiden uit de jungle en de sterren.

image

De volgende dag stond een bezoek aan de lokale Ibanstam op de planning. Een paar biertjes waren zeker nodig om ons mentaal voor te bereiden op de 40 minuten durende boottocht (met gammel bootje) daarnaartoe.

Apenheul

Katten hier, katten daar, katten overal. Maar daarvoor reis je niet 1000en kilometers. Wat wij graag wilde zien was de bedreigde Neusaap. Daarvoor moet je wel wat moeite doen.

Tony stond al vroeg in de ochtend op ons te wachten met zijn busje om ons naar een natuurpark te brengen. Op een klein uurtje rijden en een kwartiertje varen in een gammel bootje met iets teveel pk’s achterin, kwamen wij aan bij Bako National Park. In dit kleine natuurreservaat leven allerlei dieren, waaronder verschillende aapsoorten. Van de kleine brutale Makeken die alles jatten wat los en vast zit, tot aan de beroemde Neusaap.

image

De Makaken hangen vooral rond bij het toeristencentrum, omdat het daar het makkelijkste is om aan voedsel te komen. Zij onderzoeken alles, van lege blikjes tot tassen. Zodra je voedsel of een blikje fris onbeheerd laat, of er even niet op let, dan grijpen ze het en rennen er trots mee weg. Ze worden door de begeleiding weggejaagd, maar ze blijven deze apenstreken vertonen.

image

De wat moeilijkere te spotten apen zijn de Neusapen. Deze leven vooral hoog in de bomen waardoor ze bijna niet te zien zijn. Gelukkig wist Tony waar hij op moest letten en wist er toch 2 te spotten.

image

Dat was het lange, stijle, en vooral moeilijke begaanbare looppad zeker waard!
image

Na een uur lopen kwamen wij aan op een privéstrand. Helaas was er te weinig tijd om een lekkere duik te nemen, anders hadden wij dat zeker gedaan.
image

Er stond ons namelijk nog een boottripje te wachten. Deze bracht ons naar het monument van het park, de grote eenzame rotspartij midden in de Chinese zee.
image

Door de lage waterstand was het helaas niet mogelijk om de boot normaal aan te meren, waardoor de schoentjes uit moesten en we een stukje door de zee moesten banjeren. Uiteraard pleurde Oscar bijna bij het instappen de zee in.

Na het rondje eiland stond ons een lunch te wachten, waarbij de hongerige Makaken natuurlijk ons goed in de gaten hielden. Gelukkig waren zij niet brutaal genoeg om ons eten te jatten. Daarna hebben wij nog andere route belopen. Vermoeid van de tochten keerden wij weer terug naar het toeristencentrum waar de boot weer op ons wachten. En ja, je raadt het al, we mochten weer via het water de boot in. Dit keer ging het gelukkig wel in 1 keer goed.

image

De avond stond in het teken van lekker eten en een goed glas bier. Helaas kozen we een Chinese pizzeria uit waarvan de pizza’s beter gebruikt konden worden als freesbee. Maar dat mocht de pret niet drukken, want wij hadden honger voor 2.

Wij konden het helaas niet te laat maken, want de volgende dag stond een langere trip op ons te wachten richting Batang Ai. Een afgelegen reservaat waar de originele koppensnellers nog wonen. Maar eerst gaan we langs een opvangcentrum waar Orang-oetans worden opgelapt en terug de natuur in worden geholpen. Gelukkig voor ons komen ze vaak in de buurt van het opvangcentrum om te eten!

Kattencity

2015-11-02 10.49.18Na de turbulente vluchten van bij elkaar 14 uur, hadden wij voor de verandering alle bagage compleet. Als bonus ook de snelste bagage afhandeling aller tijden Maar twee minuten wachttijd! Buiten werden wij opgewacht door onze gids. Zijn eerste woorden waren “ik ben Tony en ik ben katholiek”. Heel belangrijk, en daar kom ik later op terug.

Onderweg naar ons hotel, nam hij onze reis door en liet hij al wat zien van wat ons te wachten stond in Kuching. Vol trots vertelde hij over allerlei Katholieke gebouwen, zoals de gescheiden (jongens en meisjes apart) kostschool, een kerk en nog wat andere bezienswaardigheden.

Na een klein half uurtje checkte hij ons in, in het Hilton Hotel. Wij dachten dat hij wilde flirten met de hostess, maar hij wilde perse dat wij een hotelkamer zouden krijgen met zicht op de rivier. Dat lukte hem ook, maar helaas wel met gescheiden bedden. Nou is het gebruikelijk in Azië (en al helemaal in islamitische landen) dat alleen getrouwde stellen samen slapen. Tot verkort logen wij daar altijd over, al helemaal in Noord Korea, maar dat hoefde nu niet meer.

Maar wat die smiecht ons niet had verteld, is dat hij tegen de hostess had gezegd dat dit onze huwelijksreis was! Nadat wij om een andere kamer hadden gevraagd vanwege het bed, werden wij geüpgratet naar een betere en grotere kamer! Perplex als wij waren hielden wij maar onze mond dicht en lieten hun maar in de waan dat dit onze huwelijksreis was. Dit zou ‘maar’ onze derde huwelijksreis worden, dus wie waren wij om hierop nee te zeggen 😉

In de avond stond er een city tour in de planning. Kuching is een klein stadje waarbij het voornamelijk om toerisme draait. Aangezien het toeristenseizoen over is, en de meesten mensen dit ook als doorreisplek zien, valt hier vrij weinig te beleven. De helft van de winkels zijn dicht, museums zijn aan het renoveren, en het weer is verraderlijk. Op het ene moment is het stralend weer en zo’n 30 graden, daarna hoost en/of onweert het behoorlijk hard en zakt de temperatuur in.
IMG_8975

Niet dat wij bijzonder veel gedaan hebben. De eerste nacht hadden wij last van onze jetlag en zijn wij vroeg gaan slapen. De volgende dag stond vooral het acclimatiseren op de planning, maar ook wat museums. Deze krijgen allemaal staatssteun, dus zijn gratis. Als tegenprestatie mag je in geen enkel museum foto’s nemen, behalve als je er extra voor betaalt.

Kuching staat verder bekend om zijn katten, die hier bijna heilig zijn. Op alles moet een kat staan. Tassen, souvenirs en zelfs op eten, je ontkomt er niet aan.

image

Uiteraard is er ook een museum vol met kattenspullen. Variërend van posters met katten erop, tot aan mislukte standbeeldjes. Iemand heeft in ieder geval zijn best gedaan om zoveel mogelijk kitsch te verzamelen, zodat je een aardig oppervlakte kan vullen. In ieder geval ging Denise los op de plaatjes en Oscar zat te kinderen te irriteren door een mislukte kat na te doen.

image

Morgen gaan we naar Bako National Park. Hopelijk zien wij de bedreigde neusapen en andere beesten!

Shoppen en Disney

Het was nog steeds 37 graden in Tokyo, dus het ideale weer om te shoppen. Denise is helemaal los gegaan in Harajuku aan makeup en alles kawaii en Oscar is in Akihabara aan controllers en andere gekke hardware gaan hangen. In de avond weer een beetje muntjes gegooid en Taiko no tatsujin gespeeld, dus we hebben niet zoveel speciaals gedaan. Dat was ook met reden, want wij moesten de volgende dag weer vroeg op om naar Disneyland Tokyo te gaan!

En dat hebben we geweten. We waren ook naar Disneyland Hong Kong geweest, alleen dat was buiten het vakantieseizoen. Echter, dit keer was het een stuk drukker, waardoor de wachttijden konden oplopen tot 3 uur. We zijn in de Big Thunder Mountain, Splash Mountain, en vele andere attracties geweest. Gelukkig zijn de FastPass tickets gratis. FastPass tickets zijn tickets waarmee je op een bepaald tijdstip als het ware ‘voor mag dringen’. Tenminste, zo voelt het, want de normale rij moet dus wachten op de FastPass rij. Je mag eens in de twee uur een FastPass ticket halen, maar deze zijn al rond 14:00 op, of alleen geldig voor heel laat. Disneyland Parijs heeft deze ‘service’ ook al, dus dat is jammer.

Maar het was wel leuk! Japanners zijn over het algemeen niet zo uitbundig volkje, dus ze blijven rustig in de rij staan. Ze kijken ook niet raar op als je even uit de lijn stapt om even wat te drinken te halen.  Of wat te eten, wat ze ook graag doen terwijl ze in de rij staan.

Na regen komt mount Fuji!

We verlieten Nagasaki net op tijd. De dagen in Nagsaki waren al regenachtig, maar toen we in het boedeltreintje stapten richting Hakata ging het echt los. Een tyfoon die voor de regen zorgde ging aan land, met als gevolg dat er er binnen drie dagen 800 milliliter viel. Gelukkig rijden de treinen in Japan wel als het regent en waait, dus acht uur en 1300 kilometer later stonden wij in Tokyo. Na wat sushi naar binnen hebben geschoven gingen we nog even naar Akihabara om ons te vermaken in de vele arcadehallen die de buurt rijk is.

IMG_8174Want de volgende dag stond in het teken van Mount Fuji. We zijn naar een van de vijf meren gegaan om Fuji-san van dicht bij te kunnen zien. We kozen voor Kawaguchiko. Behalve dat het makkelijk te bereiken is per trein, schijnt het ook de beste plek te zijn om hem in zijn geheel te kunnen zien. Het enige probleem is dat het er vaak erg bewolkt is, dus je moet een beetje mazzel hebben. Het plaatsje zelf staat volledig in het teken van de berg. Zo zijn er busroutes naar verschillende plekken waar je de berg zou kunnen zien, verschillende bedrijfjes die bootjes verhuren zodat je de berg weer op een andere manier kan zien en een kabelbaantje die je omhoog brengt dat je de berg nog beter kan zien. De lokale toeristenpunt heeft al verschillende routes voor je uitgestippeld en de weg wordt nog beter aangegeven dan in Disneyland. 

IMG_8242Wij kozen voor het kabelbaantje, zodat we een mooi uitzicht hadden op Fuji en de rest van het dorp. Het uitzicht op Fuji was echt fenomenaal. Het station waar het kabelbaantje stopte trouwens ook. Het had een klein torentje om een 360 graden view te hebben, maar om toch nog wat extra geld uit de zakken van de toeristen te kloppen kon je ook je foto laten nemen bij een plastic standbeeld van een wasbeer en konijn met Fuji op de achtergrond. Na een uur naar de berg te hebben gekeken (zo mooi is hij), zijn we weer naar beneden gegaan om door het dorpje te lopen om vervolgens weer terug te gaan naar Tokyo.

 

Verleden keer zaten we zowat elke avond in Joypolis van SEGA. Joypolis is een overdekt attractiepark waar je onder andere in een overdekte rollercoaster kan zitten. Maar het leukste onderdeel van Joypolis waren de muntjesschuivers, maar deze hebben ze eruit gedaan 🙁 Dan maar weer terug naar het hotel om te genieten van de vele wiskey’s die Japan rijk is. De volgende dag stond in het teken van shoppen, dus daar moet je wel uitgerust voor zijn!

Atoombom en een tyfoon

Als je lekker weer wilt in Japan, dan zijn de zomermaanden juli en augustus niet de meest geschikte maanden om te gaan. Ook in Nagasaki was het weer lekker 35 graden, maar dat werd onderdrukt door een tyfoon die langs de westkust van Japan heen raasde. Dat betekende veel regen, hevige windstormen en veel bewolking.

IMG_7726Nagasaki kent een rijkelijk Nederlands verleden. Hier werd voor het eerst handel gedreven met het westen, nadat de VOC de Portugezen hadden weggejaagd. Hierdoor heb je nog wat straatjes die naar Holland zijn vernoemd, her en der zijn wat Nederlandse vlaggen te zien en er is een museum over dit hele gebeuren. Er is onder meer te zien hoe dikke westerse mannen (inclusief spleetogen) zich vol vraten aan Japanse en Nederlandse lekkernijen, de uitvindingen die wij naar Japan hebben gebracht zoals een klok en een kanon. Als klap op het Amsterdamse kanon, euh vuurpijl, staat er ook nog een zielig boompje die onze Koning Wimpie zelf heeft geplant.

IMG_8118Daarnaast heeft Nagasaki natuurlijk ook een minder leuke geschiedenis. Ook hier is een atoombom gevallen. Welliswaar een kleinere met wat minder impact, maar het deed genoeg schade om direct zo’n 75.000 mensen te doden, plus nog eens 75.000 indirecte slachtoffers. Het park om de slachtoffers te herdenken is minder groot dan die van Hiroshima, maar waar die van Hiroshima vooral gericht is om grote groepen mensen te ontvangen, is die van Nagasaki een stuk compacter en daardoor komt het beter tot zijn recht. Verder staan er een boel westere standbeelden in van zustersteden.

 

Het museum over de atoombom is meer gericht over de preventie ervan dan wat de schade ervan was voor de stad zelf. Nagasaki was in de tijd van de Tweede Wereldoorlog ook geen grote stad. Het was ook niet eens de eerste, tweede, of derde keus van de Amerikanen om Nagasaki te bombarderen. De bom is louter op Nagasaki gegooid omdat het weer simpelweg wat beter was, waardoor de Amerikanen alles konden filmen. Daar komt nog eens bij dat steden in Japan in die tijd voornamelijk uit houten gebouwen bestonden. Door de bom werden de meeste bluseenheden van Nagasaki weggevaagd, waardoor er door aanhoudende branden vrijwel niets van Nagasaki over bleef. Daarom hangt het museum vol met oude foto’s en filmpjes van hoe het er vooral vroeger uitzag en met foto’s van daarna.

Gelukkig was er ook nog wel wat leuks te doen. We hadden van te voren een boottochtje gereserveerd naar IMG_7961Gunkanjima eiland. Dit is een verlaten eiland wat tot 40 jaar geleden bewoond werd door mijnwerkers die daar in een grote kolenmijn van Mitsubishi werkten. Het eiland had alle nodige voorzieningen die je nodig hebt om een klein dorp in zijn levensbehoeften te voorzien. Inclusief een Pachinkopaleis. Om het eiland beter weerstand te geven tegen het woeste water, is het vormgegeven als een gevechtsboot. Helaas werd de mijn gesloten toen de kolenprijs drastisch inzakte door opkomst van petroleum, waardoor ook alle mensen terugkeerden naar het vaste land. Een jaar later werd het eiland door een tyfoon getroffen en sindsdien ziet het er ingevallen uit wat het een duister sfeertje meegeeft. Vanwege de tyfoon mochten we niet aanmeren om de gebouwen van dichtbij te bekijken, maar een boottochtje van een kleine 2 uur was wel even lekker. Denise heeft zelfs een handdoekje gewonnen tijdens een potje Rock-Paper-Scissors.

2014-08-02 12.05.59Om tenminste nog wat meer cultuur op te snuiven zijn we nog langs wat andere museums geweest. In de tijd dat de Hollanders handel begonnen te drijven met de Japanners, begon het Christelijk geloof ook een intrede te krijgen in Japan. Dit werd alleen niet in dank afgenomen, waardoor er een kruistocht tegen de Christenen werd gehouden en het geloof voor bijna 300 jaar verboden was. Het meest bekend zijn de 26 gelovigen die, nadat ze zelf van Kyoto naar Nagasaki moesten lopen, opgehangen werden. In Nagasaki zijn ze uiteindelijk gekruisigd, wat nu een klein bedevaartsoort is geworden voor Japanse Christenen. Behalve relikwieën heeft het museum ook nog oude Nederlandse wereldkaarten. Deze bleken nog redelijk accuraat te zijn voor een tijd zonder Google Maps.

2014-08-03 09.34.50Wij hadden oorspronkelijk nog een dagje strand gepland, maar dat viel dus letterlijk in het water. In al die jaren die wij in het zomerseizoen reizen moest het er toch een keer van komen dat het weer ons zou beletten om dingen te doen. In plaats lekker door Nagasaki rondlopen hebben we dit keer ons volledig aangepast aan de Japanse traditie van zoveel mogelijk shoppen. Of zoals alle lokale kinderen in de arcadehallen rondhangen en dan muntjes gooien. Waarbij wel gezegd moet worden dat deze een stuk beter voor de speler staan afgesteld dan die dingen op de kermis.

Nu zijn we onderweg terug naar Tokyo waar we nog eer gaan shoppen, Mount Fuji gaan beklimmen en een dagje Disneyland gaan doen!

Een Aso berg….

Welkom in Kumamoto, een stad die alleen een berg, een kasteel en een grote tuin heeft. Oftewel een boerengat. Ik heb ook geen idee waarom de Lonely Planet er zo lovend over is, maar dat heb ik wel vaker. Waarvoor we echter gekomen zijn, dat ligt een klein uurtje verderop van dit slaapstadje, namelijk Mount Aso!

Mount Aso is een actieve vulkaan die af en toe nog wat van zich laat merken. Zo is hij afgelopen januari nog uitgebarst.  Het is altijd een gok of je hem mag beklimmen, of met het kabelbaantje naar boven mag. Continu wordt gemeten of er niet teveel zwaveldioxide in de lucht zit en of de wind wel de goede kant op staat. Er is namelijk een kans dat je niets ziet vanwege de continue damp die uit de vulkaan komt.IMG_7635

Al is de reis naar de berg ook een leuke onderneming. In het lokale dieseltreintje waarop heel groot de mascotte pronkt (Aso-boy, een hondje), krijg je al het gevoel alsof je er in een boedeltreintje uit de Zwitserse alpen komt aangereden. De treinrit duurt een klein uurtje en doet nog wat kleine dorpjes aan. Waarvan dan de leukste is dat hij het dorpje inrijdt, om vervolgens weer achteruit te rijden omdat het spoor domweg ophoudt. Eenmaal ver genoeg naar achteren gereden, dan gaat het spoor verder omhoog en rijdt hij verder.

Eenmaal aangekomen op het station is iedereen verplicht om een kaartje te kopen voor de busrit naar de vulkaan toe. Wij hadden de mazzel dat we voorin de trein zaten en daardoor voorin de rij stonden. Die hielden we professioneel op, omdat de automaat alleen briefjes van 1.000 slikte en niet groter. Buschauffeur was natuurlijk boos, omdat hij door ons IMG_7673veel te laat vertrok. Tijdens de busrit wordt je langs de andere, niet actieve, vulkanen gereden. Wat voor ons vrij normaal is en voor Japanners niet, is dat het daar stikte van de koeien. En koeien oormerken ze niet, nee, ze schrijven de nummers op hun buik met verf.

Nadat de buschauffeur iedereen uit zijn bus had gekieperd, kon de laatste horde van de reis worden genomen. Je kan naar boven lopen, of met een extreem langzaam kabelbaantje naar boven. Na bijna 2,5 uur stonden we dan eindelijk op de vulkaan en dat merkte je meteen. De zwavel hing goed in de lucht, maar was niet vervelend. Het rook alsof iemand continue lucifers afstak. De vulkaan zelf was lekker actief. Hij pufte lekker weg en dat ging gepaard met een flinke dikke witte pluim. Omdat de vulkaanmond het hoogste punt in de omgeving was en voor Japanse begrippen vrij hoog ligt (1200 meter boven zeeniveau), waaide het daar verschrikkelijk hard. Dat zorgde voor het eerst ervoor dat we het koud hadden in Japan!

Verder dan de vulkaanmond is er verder weinig te doen in de buurt. Je kan paardje rijden, het museum bezoeken en heel veel eten. Paardje rijden kunnen we in Nederland ook, en vlees moet je natuurlijk mals houden. Het museum gaat natuurlijk over de natuur die zich heeft gevormd rondom de vulkaan, de soort stenen die je kan vinden etc etc. Het was wel aardig, maar dat kwam meer omdat alles lawaai maakt zodra je op het knopje drukt dat het wat moet gaan doen. Het is vooral allemaal erg gedateerd, net zoals veel hier in het zuid-westen van Japan.IMG_7633

Maar dat is niet erg, dat gaf ons een kans om weer een in ouderwets boedeltreintje te gaan zitten. De volgende stop is Nagasaki, waar we op zoek gaan naar de Hollandse invloeden en de gevolgen van de tweede nucleaire bom.

 

 

Plonsen in de Onsen

Wat een verschil. Hirsoshima en Tokyo zijn steden met miljoenen inwoners en Beppu bestaat maar uit een paar straten. Dat merk je meteen in de drukte en onbenullige oversteekplaatsen met voetgangerslicht. Waarom je 5 minuten moet wachten om een straat over te mogen steken waar geen kip rijdt, dat is mij nog steeds onduidelijk. Al maakt het radiogeluid uit het riool veel goed!

Maar goed, we gingen naar Beppu voor onze rust en voor de onsen. Onsen zijn Japanse badhuizen waar je lekker kan plonsen. Deze heb je overal wel, maar Beppu staat bekend om zijn vulkanische ondergrond waardoor het water op de meeste plekken met een graadje of 100 naar boven komt. Daarom hebben ze hier de ‘Hels’. Dit zijn toeristische plekken waar je je kan vergapen aan geisers met en zonder rotte eierengeur. Omdat het er een stuk of 8 zijn, doet elke geiser wat anders. Zo is er eentje met een kleine dierentuin eromheen waar je ook een nijlpaard kan voederen. Verder is er een hele hype om capibara’s (een kruising tussen cavia’s en olifantjes) en die mag je aaien of worteltjes voeren.

Het is helaas nog steeds bloedjeheet in Japan. In Beppu is het dan ‘maar’ 28 graden en dat voelde een stuk kouder dan de 40 graden in Hiroshima, dat betekent niet dat je niet een stevige douche kan gebruiken! In onze hostel hadden we dan ook een privé-onsen afgehuurd voor een uurtje waarbij we gezellig met zijn tweetjes konden genieten van een voor ons te heet bad. Gelukkig koelde het snel af, anders waren wij levend gekookt.

We hadden nog de mazzel dat we een festivalletje konden meepikken in Beppu. We hebben tot de dag van vandaag nog steeds geen idee waar het over ging, maar er werd veel gedanst op steeds dezelfde muziek. Na een half uurtje waren we zo in trans dat we het ook nog echt leuk begonnen te vinden. De dag werd beëindigd met vuurwerk, wat aanmerkelijk harder knalt dan in Nederland.

De volgende dag zijn we naar het Monkeypark en aquarium geweest. Want beestjes moeten natuurlijk bekeken worden! De aapjes worden ergens ver buiten Beppu gehouden zodat ze de stad niet lastig vallen. In tegenstelling tot de meeste dierentuinen lopen hier de aapjes gewoon rond en kunnen elk moment weer terug de berg op. Met een kabelbaantje die met een snelheid van een slak naar boven gaat, wordt je al snel begroet door een paar nieuwsgierige aapjes. Niet dat ze eten verwachten, want je mag ze niet voederen. Maar het blijven apen. Op de berg zelf kan je zien hoe ze allemaal trucjes doen om aan eten te komen. Het leukste is echter voedertijd. Dan rent er een Japanner met een grote bak met voer rond en alle apen worden dan gek en vallen die man aan. Dat aanzicht heb ik alleen mogen beschouwen toen de Ikea net met zijn ontbijtdienst begon.

Het aquarium daarentegen is meer gebaseerd op wat er in de omgeving aan vissen zwemmen. De sterren daar zijn een paar dikke zeeleeuwen die trucjes kunnen. Voor de rest leven de beestjes in een te klein hokje. Een basin van nog geen 10 bij 10 meter voor 4 dolfijnen is gewoon te klein. Echter, je kan er zeesterren en zeerupsen aaien. Deze voelen behoorlijk vies aan. Toch blijft het aquarium in Osaka beter. Deze is een stuk groter en ik kreeg het gevoel dat de visjes het een stuk beter hadden.

Onze volgende stop is Kumamoto, een grote stad waar nog minder te doen is dan in Beppu. Maar gelukkig komen we niet voor de stad, maar voor een berg met de toepasselijke naam Mount Aso!

 

Hiroshima revisited

Zo, na 2 dagen Tokyo is het tijd om echt te beginnen aan onze vakantie. We zijn verleden keer ook al naar Hiroshima geweest om alle musea omtrent de nucleaire bom te zien. Dit keer kwamen voor een andere reden, namelijk een bar….

Een bar? Ja, maar niet zomaar een bar, Sam’s bar 13 om precies te zijn. We hadden de keer ervoor zo’n goede tijd daar, dat we er nog een keer heen wilden. De eigenaar, Sam, heeft daar een bar die je op het eerste gezicht niet zo snel zal vinden. Maar eenmaal binnen ademt de hele bar een atmosfeer van gezelligheid uit. Zijn hele bar is aangekleed met zoveel prullaria van over de hele wereld dat je nooit ergens uitgekeken raakt.

Sam heeft, net zoals veel Japanners, interesse in buitenlanders. Gelukkig niet alleen om zijn Engels te oefenen, want daardoor vallen veel Japanners door de mand met hun ‘gemeende’ interesse in je. Nee, Sam is oprecht geïnteresseerd in iedereen die binnenkomt. En zodra iedereen een drupje teveel op heeft, dan praat hij volluit over van alles en nog wat. Een beetje geschiedenis les, over wat je wel en niet moet zien in Hiroshima, maar ook over de dagelijkse gang van zaken in Japan. Iets wat wij buitenstaanders niet zoveel van meekrijgen.

Om een lang verhaal kort te maken, elke keer als ik de bar binnenkom voelt het alsof het mijn stamcafé is, ondanks dat het zo’n 10.000 kilometer verderop is. Ik kan iedereen aanraden, mocht je ooit in Hiroshima zijn, om langs Sam te gaan. Een betere bar ga je echt niet vinden in heel Japan!

Maar alleen een beetje barhangen, dat is natuurlijk ook zonde van de tijd. Daarom zijn wij overdag weer terug gegaan naar Miyajima. Dit keer was het weer wel goed genoeg om vanaf Mount Misen naar beneden te gaan. Dit lukte de laatste keer niet vanwege een storm, waardoor we 3 uur vastzaten op de berg. Dit keer was het dan wel stralend mooi, toch was het met 37 graden wat voelde als 40+ achteraf een pietsje te warm. In een twee een half  uur durende hike naar beneden leek het alsof we een halve marathon hadden gelopen. Onze kuitjes waren niet gelukkig met ons! Misschien was het ook niet een goed idee om meteen zo intensief te beginnen, maar dat realiseerde wij ons pas te laat.

Gelukkig zijn wij we wat gewend ( elke dag trappen lopen helpt), maar Peter, die we eerder al ontmoet hadden in Sam’s bar en we per ongeluk tegenkwamen, had het er toch een stuk moeilijker mee. Daarentegen hoop ik ook nog zo snel trappen te lopen als ik over de 60 ben. Die oude man hield ons nog goed bij. Alleen toen we beneden waren merkte hij wel dat hij niet meer zo jong was. Omdat wij door wilde en hij wilde rusten, lieten wij hem achter onder een bruggetje waar hij lekker in de schaduw met zijn voetjes in een beekje kon zitten.

Wij moesten nog een andere missie volbrengen waarom wij in Hiroshima waren. Wij hadden op het eiland een Omamori gekocht. Een Omamori is een amulet (klein zakje van katoen met daarin een spreuk of gebed). Officieel moet je hem na een jaar terug brengen naar de tempel waar je hem gekocht hebt. De priester verbrand hem dan, zodat de negatieve energie vernietigd wordt. Als je dat niet doet, dan brengt dat ongeluk. Deze hebben we dan ook volgens de traditie ingeleverd. Toen vonden we het echt tijd om terug te gaan naar het hotel om kilo’s zweet en zout van ons af te spoelen met een lekkere douche.

Uiteraard sloten we de dag af in Sam’s bar waar we het niet te laat hebben gemaakt (niet omdat we dat niet wilden, maar onze ryokan hanteerde een sluitingstijd van 12 uur ‘s avonds 🙁 ). De volgende bestemming is Beppu, waar we gaan plonsen in de onsen!

Op jacht naar de goodies

Zo, na een te kort slaapje zijn we vroeg in de morgen begonnen met een voortreffelijk ontbijt bestaande uit toast, een doorgekookt eitje en een bakkie sla. Zoals ik gisteren al melde, er hing een behoorlijke grote tv in de eetzaal (die gedeeld was met de naast gelegen broodjeszaak) waarop beelden van de rouwstoet te zien waren. Het enige wat me meekregen was wat gebrabbel van ene Henk die geïnterviewd werd, want alles wat niet Japans is wordt keivast oversproken door een Japanse stem. Net zoals ze in Duitsland doen.

Het vroege opstaan was niet voor niets. Toen we verleden keer in Japan waren hadden wij de vismarkt onbewust overgeslagen. Dit keer moest het er toch echt van komen. Helaas hebben ze in de loop van de jaren wel de regels voor  toeristen die de markt willen bezoeken strenger gemaakt. Dit houdt in dat je pas na 9 uur de markt mag bezoeken en geen minuut eerder. Vroeger kon je, als je een beetje stout was, al vanaf het begin de markt op. De autoriteiten houden het erop dat de toeristen uit hygiene oogpunt beter wat later kunnen komen, maar je merkt overal dat de toeristen gewoon in de weg lopen voor de kooplui. Wat de echte reden is laten we maar in het midden.

Maar als je er dan eenmaal bent, dan is het elke keer weer een feestje. De meest rare vissen kom je tegen. Sommige nog levend, van sommige alleen nog de graten en hoofd. In ieder geval ontdek je al snel waarom sushi en tonijn zo duur zijn. Een flinke tonijn kost al snel een middenklasse auto. Tijdens het fileren wordt er dan ook geen enkel stukje weggegooid.

Op een gegeven moment hadden we genoeg van de vislucht en gingen we op zoek naar iets wat Denise heel graag wilde, TAMAGOTSIIIIII!!!!!KAWAIIInamelijk een nieuwe Tamagotchi! Helaas was de Tamadepa in Harajuku dicht (of ermee gestopt of verhuisd, dat is altijd een groot mysterie, zelfs voor de shops die ernaast zitten), maar in Character Street op het Centraal Station van Tokyo hadden we meer geluk! Denise dolbij en ik ook, want ik mocht eindelijk uit de winkel waar ze continu hetzelfde muziekje draaide.

Na een klein middagtukje in ons hotel was het weer tijd om te nerden in Akihabara, de grootste electronicabuurt in Tokyo. Dat is de plek voor gekke dingen waar een stekker aan zit, of als je heel erg van manga houdt. Wij kwamen er vooral voor de vele arcadehallen die de buurt rijk is. Behalve dat we verslaafd zijn aan de House of the Dead-serie en we deze natuurlijk niet konden overslaan, zijn we ook helemaal los gegaan op Taiko no Tatsujin. Dit is een spel met Japanse trommels waarbij je op J-Pop (Japanse popmuziek) helemaal los mag gaan op de trommels. Dit keer heb ik mij zo erg uitgeleefd dat ik er een flinke bloedblaar op mijn hand aan over hield.

Ondertussen ging het behoorlijk regen en flink onweren. Vooral dat laatste gaf de buurt een beleving die zo uit Blade Runner zou kunnen komen. Ook deze avond gingen we weer vroeg naar bed om de dag af te sluiten met een documentaire over een Zaanse molen waar pinda olie wordt gemaakt. Ook al reizen we 10.000 kilometer, toch ontkom je niet aan de Nederlandse invloeden…