Bussie naar Bago

Na Hpa-an was het de beurt om weer terug te gaan naar Yangon. Daar wachtte immers de nachtbus naar Kalaw op ons. Dus onze chauffeur bracht ons terug, maar niet zonder stop in Bago. 

Onderweg kwamen we nog een Shinbyu-stoet tegen. Heel veel harde muziek en natuurlijk olifanten met de kinderen die voor de eerste keer het klooster inboeten.


2016_11_07_1112

Bago was een beetje saai. De tempels zijn vrijwel hetzelfde als in Hpa-an an en verder is er vrij weinig te doen. Alles is opgericht om zoveel mogelijk te verdienen aan toeristen, maar toch slagen ze daar niet in. Zo moet het toegangshek voor alle toeristenhotspots ervoor zorgen dat je toegangsgeld betaalt maar als je buiten de hekken blijft, dan heb je een even goed uitzicht op voornamelijk Boedah’s, dan als je niet zou betalen. Toegegeven, de 8 euro die je betaalt om alles van dichtbij te zien is nou niet bepaald de hoofdprijs, maar toch. En als Oscar nou niet eens vergeet waar hij de kaartjes verstopt…

2016_11_08_1481

2016_11_08_1446

De volgende dag, nadat we nog bij de nationale begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog slachtoffers waren gestopt en olifantjes hebben gekeken, stond in het teken van de nachtbus. Deze nachtbus zou ons naar Kalaw brengen. De 10 uur durende hellemans rit hebben we gelukkig overleefd, maar wat een relaxte stoelen waren dat! Beenruimte zat, inclusief voetenbankje en fleecedeken! 

 

Oké,  dit was de dure uitvoering, maar vet relaxed.  Helaas goot het met bakken uit de hemel toen wij aankwamen (4 uur ‘s ochtends), en waren wij binnen 2 minuten helemaal doorweekt. Door een paar dappere scootertaxi’s werden wij bij ons hotel gedropt. 

 

Berggeiten op een berg

Vandaag staat er een flinke beklimming op ons vakantierooster. Dat betekent goede loopschoenen aan, genoeg drinkwater bij elkaar sprokkelen en wat snoepjes in de rugzak stoppen. Wij vertrokken extra vroeg, om 7 uur, omdat het dan nog lekker koel is. Tenminste, het is dan 26 graden en dat voelt ondertussen al koud aan.

2016_11_06_0571

Eenmaal bij de 723 meter hoge berg aangekomen was er toch nog enige twijfel bij ons. Hoewel de 1080 Boedha’s aan de voet ons verwelkomen, slaat de twijfel bij ons toe. Moeten we dit wel doen? Uiteraard lieten wij ons niet tegenhouden dat de hele klim meer dan 2 uur ging duren. Vooral het begin was killing. Het pad is duidelijk niet onderhouden en is erg stijl, de weg is afgebrokkeld en is duidelijk niet gemaakt voor Westerse toeristen. Eén misstap en je flikkert zo het ravijn in. 

2016_11_06_0571

Maar hoe zwaar de weg naar de top was, hoe mooi het uitzicht over Hpa-an was.

2016_11_06_0571

2016_11_06_0571

Helaas was het uitzicht op de berg een stuk minder. Zoals altijd werden wij soms vergezeld door een wolk die hier en daar opdook, maar dit keer ontnam dir ons hele uitzicht. Gelukkig waren er bergapen die gevoed en onderhouden worden door de monniken. Deze beesten zijn zo brutaal, dat zij alles wat los en vast zit gappen en daarna proberen op te eten/drinken. Natuurlijk is dit niet zo goed, maar het levert wel leuke plaatjes op.

2016_11_06_0571

Als je eenmaal boven bent, dan moet je ook weer naar beneden. Normaliter is dit makkelijker, maar omdat de boel hartstikke oneven en glad is, was dit geen gemakkelijke taak. Plus dat onze spieren al behoorlijk op waren, maakte de klim naar beneden een ware uitputtingstrijd. Eenmaal beneden aangekomen voelde wij al spierpijn, en een paar dagen later hadden wij er nog steeds last van! 

2016-11-06-17-14-24

De rest van de dag was het hobbelen van grot naar grot. Hpa-an heeft veel bergen en monniken vonden het een goed idee om deze om te toveren tot heilige paleisjes. Elke grot heeft zo zijn eigen ding. Zo eindigt een van de grotten in het water, de andere heeft wandtekeningen.



Morgen gaan wij naar Bago. Weer een uurtje of vier in de auto. Zodra er een stabiele internetverbinding is, uploaden wij meer foto’s!

2016-11-06-14-23-21

Onderweg naar Hpa-an

Onze eerste reisdag! Dat betekent vooral veel in de auto zitten en kijken hoe het landschap verandert. Tenminste, dat is normaal zo. 

Myanmar is een land wat duidelijk in opkomst is. Zo miste wij scooters op de openbare weg in Yangon. Elke Aziatische stad heeft een gigantische hoeveelheid aan scooters en motoren op de weg. Ze zijn goedkoop, snel en makkelijk te besturen. Maar niet zichtbaar in het straatbeeld van Yangon.

Totdat je de stadsgrenzen uit rijdt. Dan duiken ze ineens op uit alle kieren en probeer dan maar koel te blijven als chauffeur. Hoewel hij 10 jaar van ons scheelt, blijft onze chauffeur in elke situatie rustig. Tenminste, hij spreekt amper Engels.

Behalve de mooie natuur valt het op dat de reclameborden hier gigantisch groot zijn. TV is hier amper ingeburgerd, alles gaat tegenwoordig via de mobiele telefoon. Voor zo’n 15 euro koop je dan ook 10 Gb aan data en iedereen zit hier de hele dag met zijn telefoon in zijn handen. Er hangt ook overal reclame van een grote telefoonprovider.

En niet alleen dat valt op. Ook genoeg reclame over tandpasta. Dat komt mede doordat veel mensen de hele dag Betelnuts zitten te kauwen. Dit is een rode noot en alles wordt er rood van, dus ook je tanden.

2016-11-05-14-32-08

Van het militaire regime is vrij weinig te merken. Ze zijn alleen aanwezig bij grote boeddhistische bijeenkomsten en bij grote grenscontroles. Wel worden we soms afgeperst door lokale jeugd die geld eist, anders blijven ze voor je auto staan. Om het een beetje legaal te maken, doen ze een dansje voor je auto om je auto te zegenen.

2016-11-05-14-37-03

Morgen gaan we verder de boel onveilig maken in Hpa-an. Wij gaan een grote berg beklimmen en een heleboel grotten bekijken. 

Vluchttroubles op zijn Russisch…

Zoals de meeste lezers van ons blog wel weten, wij gaan dit jaar naar Myanmar! Denise en ik hebben ondertussen al tientallen keren gevlogen naar de meest gekke delen van onze wereld. De vlucht naar Myanmar, dit keer met Easyjet Aeroflot Airlines, deed onze wenkbrauwen wel fronzen. We waren wel gewend aan vluchten zonder enige alcoholische versnaperingen, maar dit keer gebeurde er iets wat wij nog nooit hadden meegemaakt. 

Dit keer hadden wij een overstap op Moskou en op Bangkok. Tot aan Moskou ging het zoals elke andere vlucht. Je stapt in, krijgt wat voedsel en je stapt weer uit. Dit keer werden wij opgehaald met een busje, en dat is an sich niet zo erg. Ware het niet dat het -3 graden was in Moskou en het dus behoorlijk koud was. We gingen dus vanuit Nederland van 15 graden, naar -3 graden in Moskou en in Yangon was het op dat moment al 33 graden. Een lekkere verandering van temperatuur dus.

De tweede vlucht begon ook zoals elke andere vlucht. Maar halverwege werden wij getrakteerd op een alarm wat wij nog nooit eerder hadden gehoord in een vliegtuig, gevolgd door een mededeling dat er absoluut niet gerookt mocht worden in het vliegtuig en op de wc. En dat gebeurde niet één keer, maar twee keer. Wij snapten ineens waarom deze vlucht persé een alcoholloze vlucht is. Russen zijn gewoon nog vervelender dan Fransosen. 

Wij kwamen vrij laat aan in Yangon, zo rond een uur of 6. Omdat geld opnemen vrij moeilijk is in geheel Myanmar, en creditcards niet overal geaccepteerd worden, gingen wij meteen op zoek naar een pinautomaat.  Niet overal nemen ze andere valuta’s aan en het is zelfs zo erg dat je een slechtere koers krijgt naar mate de staat van jouw papiergeld is. Zo krijgt een vers uitziende 100 dollar biljet een betere koers dan een slecht uitziende biljet, als deze al wordt aangenomen. Gelukkig stonden er al drie ATMs ons op te wachten, nog voordat wij de douane door waren!

Het maximale wat je per keer kunt opnemen is 300.000 Kyat, wat met de huidige wisselkoers zo’n 220 euro waard is. Het lijkt niet veel, maar dat is het wel. De briefjes gaan maar tot een waarde van 5.000 Kyat. Je krijgt dus een pak papier mee waar je u tegen zegt.  We voelde ons even als rijke rappers. Maar dat bracht ook meteen weer een ander probleem. Waar laat je een stapel van 4cm aan papiergeld? Niet in je portemonnee, die ging niet meer dicht. We hebben het dus maar in onze koffers verstopt. Hopelijk vergeten wij het niet om het er allemaal eruit te halen, want het uitvoeren van papiergeld is strikt verboden en je kunt het nergens ter wereld inwisselen…

Eenmaal uitgepind en door de douane heen, werden wij ontvangen door een vertegenwoordiger van t reisbureau ofzo… We werden afgezet bij het hotel, en zijn daarna nog een hapje gaan eten, om vervolgens keihard te tukken na onze 24 uur durende reis. Want slapen in een vliegtuig, dat blijft toch altijd een vervelend iets om te doen. De volgende dag staat een hele dag rondlopen in Yangon in de planning, dus we moeten wel een beetje fit zijn.

Dribbelen in Yangyon

Denise wilde niet opstaan. Kon haar geen ongelijk geven. Ik was ook nog moe, maar om nou de hele dag in bed te blijven liggen, dat is ook zo zonde van je lange reis. Na een stevig Aziatisch ontbijt stond een toer door het oude koloniale gedeelte van Yangon op de planning.

Yangon was ooit in Britse en Portugese handen en dat is terug te zien in de architectuur, voor zover de tand des tijds het toe laat. Alleen de belangrijke gebouwen worden onderhouden, de rest wordt aan zijn lot overgelaten. De meeste gebouwen worden nu bewoont door overheidsonderdelen zoals het ministerie van Landbouw, Communicatie en Immigratie. Soms duikt er ineens een kerk op, of een moskee. Of een gebouw die nog half op instorten staat omdat er een bom op is gegooid tijdens de Tweede Wereldoorlog. 
Maar goed, het blijft een Aziatische stad dus je kunt niet een paar 100 meter lopen zonder dat er een pegoda opduikt. Of een Boedah, of een hele grote Boedah. Wij werden gewaarschuwd bij de douane dat beeldjes van alleen het hoofd van Boedah of een tattoo van Boedah niet getolereerd wordt en zelfs strafbaar is. Gelukkig is de Xenos hype ondertussen wel over, want ik werd er niet vrolijk van. Maar hier worden ze er al helemaal niet vrolijk van.

Yangon heeft de grootste liggende (Chaukhtatgyi Paya) en de grootst zittende (Ngaahtatgyi Paya)  Boedah van het land. Niet iets wat wij niet eerder hebben gezien, maar dit keer was er iets opmerkelijks aan de hand. Overal werd er er, vriendelijk doch dringend, gevraagd om je schoenen uit te doen. Dat was niet het enige wat anders is dan bij andere landen. Bij de grootste zittende Boedah werd er gespeeld met het licht van buiten, zodat er een mooie gloed over hem heen kwam. Best aardig gedaan, maar dat betekend ook dat hij nat wordt als het regent. Gelukkig hadden wij de hele tijd een zonnetje, dus helaas hebben wij dat niet meegemaakt. 

Yangon is vooral beroemd om Schwedagon Paya. Op deze plek staat een gigantische grote gouden stoepa, bezaait met gouden platen, diamanten en nog meer dure steentjes die je in het land zelf en ver daarbuiten kunt vinden. De gigantische gouden toren wordt omringt door klieine huisjes met meer Boedah’s als bewoners. Je komt bij door een hele grote trap op te lopen, of als je lui bent via de roltrap of lift. Behalve dat deze stoepa heel wat gedaan heeft voor de Boedisten, stond het ook in het middelpunt tijdens vele politieke bewegingen, onder andere die van de huidige president. 

Morgen gaan wij richting Hpa-an. Een ritje van 300 kilometer oftewel 6 uur met de auto over kleine wegentjes. Hpa-an is recentelijk pas opengegooid voor toeristen dus hopelijk is het voor onze tere westerse zieltjes vol te houden. 

Thee, heel veel natte thee.

Onze volgende bestemming was De Cameron Highlands. De naam verraad het al, de Engelsen hadden hier al snel door dat het op een heuvel lag. Tegenwoordig wordt dit gebied vooral gebruikt om thee te verbouwen, illegale vluchtelingen te herbergen en heel veel resort voor toeristen.

Maleisiërs zijn gek op watervallen, maar onze buschauffeur Din niet zo. Hij nam het ook niet zo nou met pauzes, dat vond hij maar vervelend. Maar omdat er expliciet werd vermeld dat wij bij een waterval zouden stoppen, moest het maar gebeuren.

Maar of Din het nou saai vond of niet, het was wel een mooie waterval. Natuurlijk zijn wij zo hoog mogelijk erop geklommen, om er later achter te komen dat een Duitser er een week eerder van de rotsen was afgegleden en naar beneden was gevallen.

De volgende stop was een bedrijfje die hele grote manden maakt van bamboe. En wie kwamen wij weer tegen? Die Duitsers natuurlijk. En die hadden ook nog de lokale gids ingepikt! Dus moest Din het maar vertellen. Waar hij uiteraard geen zin in had. Maar eerlijk is eerlijk, als hij begin te vertellen, dan ging hij ook los. Inclusief even voordoen met een van zijn messen hoe hij dat vroeger als kind deed.

Onderweg werd er natuurlijk veel gebabbeld en zo kwamen wij erachter dat onze gids vroeger een backpackkershostel runde. Hoewel hij er steeds over klaagt dat hij zoveel moet vertellen en hij geen tourguide is, vindt ie t stiekem wel leuk. Die kwek staat eigenlijk nooit stil!

Ondertussen reden wij op slingerpaadjes de bergen in naar de theeplantages. Helaas begon het ook keihard te regenen en het was flink bewolkt, waardoor het uitzicht niet verder reikte dan 100 meter. Maar dat waren wel hele mooie meters. Je kunt ze het beste vergelijken met wijngaarden. Alleen wel wel met minder vruchten en heel, heel veel bladeren.

Onze volgende stop was het resort met de toepasselijke naam Strawberry Hill. Bekend door zijn, je raadt het al, vele aardbeienplantages. Het was ondertussen droog en het plaatsje deed idyllisch aan, alsof wij zo een oud dorpje in de Zwitserse Alpen waren binnengelopen.

Alleen de weergoden waren ons niet gezint, het begon toch nog keihard te regen. Het storten zo hard naar beneden, dat wij binnen een paar minuutjes doorweekt waren. Gelukkig voor ons reed er een medewerker van het resort voorbij en wij konden een lift mee naar het resort krijgen!

Het enige wat nog miste in het restaurant was apfelstrudel. Dan maar een hamburger en sateetjes naar binnen geschrokt. We moesten tenslotte weer vroeg op, richting George Town.

Heilige duiven en staatspropaganda

De tweede dag KL stond in het teken van wat wij de vorige dagen dankzij het weer gemist hadden. Deepavali, een Hindoestaanse feestdag, was volop aan de gang en daarom leek het ons leuk om richting de Batu Caves te gaan. De Batu Caves zijn een van de heilige plekken voor Hindoestanen, omdat de grot allerlei heilige beelden bevat. Het ligt op zo’n 10 kilometer afstand van KL, maar gelukkig is de metro niet zo duur hier.
image

Het was er dus megadruk, en op wat fruit en camera stelende apen na, viel het allemaal een beetje tegen. Het leek op grote vuilnisbelt en de duiven gebruiken de grot als een groot vogelnest. Het uitzicht is prima na het betreden van 272 trappen, maar ik snap nog steeds niet hoe oudjes dit op blote voeten kunnen doen. Ik gleed met mijn schoenen een paar keer al weg…

Maar nu wij de highlights van KL wel hadden gezien, was het tijd om te shoppen. Al snel kwamen wij erachter dat de prijzen niet zoveel scheelden met de prijzen die wij in Nederland betalen, dus grote aankopen hebben wij uitgesteld. Vlakbij de Petronas Towers zat ook nog een Science Museum verstopt op de bovenste etage, uiteraard gesponsord door de oliemagnaat. Zoals gewoonlijk konden wij dit museum niet weerstaan om zelf uit te vogelen hoeveel propaganda er verteld wordt.

Hoewel het eerst allemaal gemoedelijk gaat, komt de ware aard toch snel naar boven. Eerst vertellen hoe goed Petronas is voor Maleisië, daarna vertellen over dinosauriërs en waar benzine vandaan komt, om over te gaan van de zwaartekracht en luchtweerstand naar hoe snel je kunt rijden met een benzinemotor. Het museum zou zo in Amerika kunnen staan. Er wordt geen woord gerept over Shell, die Petronas geholpen heeft om zo’n groot staatsbedrijf te worden.

Ondanks alles hebben wij het toch 2 uur volgehouden in het museum. Je kunt namelijk ook veel zelf doen, zoals je dat vroeger ook kon in het Nint of Nemo.
Zoals de traditie dicteert moest Oscar nog even graven met een kewle graafmachine. Helaas was ie kapot..
image

Uiteraard moest er ook gegeten worden, dus wij zijn terug gegaan naar het hotel om ‘s avonds iets te gaan eten bij de foodhawkers. Even spotten waar de toeristen (en dan niet doorgewinterde hippie backpackkers, die vreten alles zolang het maar goedkoop is) en lokale bevolking zitten, en dan gaan met de banaan. Helaas waren er wel wat vervelende Duitsers die erg luidruchtig waren. Wij wisten toen nog niet dat deze later nog een belangrijke rol in onze vakantie zouden spelen. Nadat wij nog een paar goedkope biertjes onder genot van het uitzicht op de lokale meukverkopers hadden genuttigd , was het weer tijd om vroeg naar bed te gaan. De volgende dag moesten we uiteraard weer vroeg op, want er stond ons weer een lange rit te wachten.

Kuala Lumpur stadstoer

Bijgekomen van de shock van de bewoonde wereld, gingen wij weer op pad met Din. Hij liet ons de Chinese buurt zien en het koninklijk paleis zien.
image

image

Nadat het paard Oscar zat was, bezochten wij het oorlogsmonument.
Het monument is gemaakt door een Amerikaan, en dat kun je zien aan de gezichten van de mensen die erop staan. Zoals een echte Amerikaan betaamt, was hij een beetje lui.Hij was namelijk dezelfde ontwerper van het oorlogsmonument wat in Washington staat. En daar houdt de vergelijking niet op. Want waarom zou je niet dezelfde mallen gebruiken?  Daarom zijn de gezichten en de lengtes van de personages hetzelfde. Dat terwijl Amerikanen totaal niet lijken op Maleisiërs.

image

Nadat we door onze ‘driver – not a guide’, die ons toch bijzonder veel over de verschillende plekken wist te vertellen, werden getrakteerd op een Maleisisch kopje ‘kopi’ bezochten we de grootste moskee (Masjid Jamek) die Kuala Lumpur te bieden heeft.
image

Daar vlakbij staat het oude treinstation. Omdat de Engelsen die gebouwd hebben, en zij ook niet zo origineel waren, lijkt die verdomd veel op het station van Bombay. (volgens Din)

image

Alle oude gebouwen in KL zijn in die stijl gebouwd en ze staan er nog, zover deze gedurende de oorlog met Japanners niet gebombardeerd waren.

De volgende stop was het onafhankelijkheidsplein (Merdeka Square). Voor de overdracht van het regime van Engeland was dit nog een cricketveld, maar daarna is het veld omgetoverd naar een groot veld met een hele, hele hoge vlaggenstok waar de vlag van Maleisië wappert. Het functioneerd als een grote Fuck You richting Engeland.

image

De laatste stop was bij de Petorinas Twin Towers. Op elke ansichtkaart van KL staan deze torens wel afgebeeld. Ze zijn hartstikke indrukwekkend, maar na 5 minuten hartstikke saai. De grote oliemaatschappij bezit deze torens en heeft 1 toren volgebouwd met kantoren en de andere met winkels. Wat dan wel weer grappig is, is dat 1 toren door Samsung is gebouwd en de andere door Mitsubishi. Zij waren in competitie met elkaar, wie het snelst zijn toren kon bouwen. Helaas voor Japan was Zuid Korea toch sneller. Uiteindelijk hebben wij besloten niet er in te gaan omdat het 80 ringgit kostte voor niet-maleisiers.

image

En dat was het. Als je een toeristische folder bekijkt, staat er gewoon weinig op voor toeristen behalve shoppen, maar daar hadden wij vandaag nog geen zin in.  Zoals elke vakantie, gaan wij beestjes kijken. Zo is er een grote openlucht vogelgevangenis waar volgens ‘vrij’ mogen vliegen. Vogels zijn niet zo spannend, maar verdomd leuk als je mag kijken hoe zij gevoerd worden. Dan gaat de shit letterlijk aan. image

image

Omdat het ondertussen 5 uur ‘s middags was, zijn wij vervolgs een andere traditie gaan doen: eten bij een Hardrock Café. Ja, Maleisië heeft lekker eten, maar traditie is traditie. En omdat we toch weer in de buurt waren, zijn wij een drankje gaan doen in Skybar van de Traders hotel. Waar je een prachtig uitzicht hebt over KL bij nacht.
image

Op weg naar Kuala Lumpur

Gelukkig kwamen wij zonder kleerscheuren van ons resort af. Er stond ons weer een lange rit terug naar Kuching te wachten. Gelukkig wist Tony ook dit keer het gaspedaal te vinden waardoor wij veel te vroeg op Kuching International Airport aankwamen.

Onze eerste vlucht met Air Asia ging gelukkig zonder al te veel problemen. Wel moest het natuurlijk eerst keihard regenen en onweren, maar toen onze vliegende bus klaar stond, hield het op. Air Asia is net zo goedkoop, zo niet goedkoper, als EasyJet. Veel reclame op de overhead lockers, kleine stoeltjes, alleen werden er geen krasloten verkocht aan bord.

Eenmaal aangekomen in Kuala Lumpur ging alles met sneltreinvaart. Koffer en tas waren binnen 10 minuten op de rolbank en wij stonden binnen 15 minuten buiten. Ondertussen ben ik wel gewend geraakt om op gehaald te worden van vliegvelden en alleen te kijken naar het naambordje met mijn naam erop. Dit keer stond er klein Indiaas meisje te wachten. Ze liep met ons mee naar buiten en zei onderweg geen woord. Wij waren al bang dat we de komende dagen met haar opgescheept zouden zitten… Gelukkig bleek dat niet het geval te zijn!Ondertussen kregen wij links en rechts taxi’s aangeboden, maar ineens stonden wij buiten. Tot grote schok van onze nieuwe reisgids, want die had daar niet op gerekend.

Uiteraard moest er wat verkeerd gaan, want wij zouden nieuwe papieren krijgen over wat wij gingen doen, incheck vouchers voor het hotel en tickets voor de veerpont. Sorry Hendriksen en Luiten, wij hebben nu jullie envelop! Het is niet alsof ze in Maleisië een ander schrift dan Romeins gebruiken, dat hebben ze te danken aan de Engelse koloniale verleden. Wat nog wel gebruikelijk is dat je eerst je achternaam/familie naam gebruikt en dan je roepnaam, en dat brengt ook nog wel eens verwarring. Hoewel ik wel kan wennen aan meneer Oscar.

Onze nieuwe reisgids, Deen of Din, was een beetje boos over deze fuck up, en dat resulteerde in een vreemd gesprek. Hij staat namelijk een beetje negatief tegenover nieuwe mensen. Zo kregen wij alle horrrostories te horen over zijn vorige klanten. Zo moesten wij weten dat hij alleen er was om ons rond te rijden, en niet om reisgids te spelen. En als wij daar problemen mee hadden, dan moeten wij maar contact opnemen met het reisbureau. Een fijn begin van een nieuwe belevenis….

Maar wij hebben ondertussen vele reisgidsen en buschauffeurs gehad en Din kan totaal niet zijn mond houden. Hij begon zelf over van alles te vertellen, zelfs als er niets was. Uiteraard wil iedereen weten waar wij vandaan komen, wat wij doen, of wij getrouwd zijn, etcetera. Ook begon hij over voetbal, over de oude spelers zoals Overmars, van Basten en van der Sar.

Uiteraard gaf hij ons als tip mee wat voor oplichtingspraktijken er momenteel speelden. Dat wij niemand zomaar moeten vertrouwen, goed op onze paspoorten moesten letten en geen drugs moesten aannemen. Wij werden vervolgens gedropt bij ons hotel, midden in Chinatown.
image

En dat was even aanpassen. Het is niet alsof wij niet gewend zijn grote steden zoals Kuala Lumpur te bezoeken, maar de afgelopen week was het alsof wij eerst op Texel zaten en nu ineens midden in Amsterdam waren beland. Het voelde beklemmend. Maar gelukkig konden wij een restaurant vinden waar wij het veilig achten om te eten. Snel de 7-11 binnen om wat chippies en drinken in te slaan, want de volgende toertocht door Kuala Lumpur stond de volgende dag in de planning!

Koppensnellers

Vandaag mochten wij dan eindelijk op bezoek bij de Ibanstam. Met een oversized kano + buitenboordmotor zouden wij erheen gebracht worden. De tocht zou ongeveer 40 minuten duren en Oscar zag er al flink tegenop…
Hoewel het in het begin even wiebelen was, werd het zodra wij vaart maakten al snel een relaxte tocht. Het uitzicht maakte dan ook veel goed.

image

Eenmaal aangekomen kregen wij een korte rondleiding door de longhouse, een primitieve vorm van een rijtjeshuis, waarna wij bij de ‘chief’ thuis werden uitgenodigd. Lunch zou nog even op ons wachten, dus om het gaasje te vullen kregen we kippenvoetensoep en huisgestookte whisky.

image

Tegen verwachting in smaakte het ons prima! Terwijl Tony lekker verder dronk zijn wij op onderzoek uitgegaan. Er bleek ook nog een soort balkon te zijn wat langs de gehele lengte van het longhouse liep.

image

Op het land eronder werden de kippen en andere beesten gehouden.

Voordat we gingen lunchen werd de traditionele dans opgevoerd. Er werd ons verteld dat wij goed moesten opletten, want daarna werd verwacht dat wij meededen!

image

Na al het gedans had iedereen wel trek. Gelukkig was de lunch klaar en konden wij aan tafel. Of hoe je dat ook noemt als je op de grond eet…

image

Wat ons het meeste is bijgebleven is de sambal. Superlekker, maar ook superheet. In de pittigste versie zaten 70 pepers!

Hierna overhandigden wij onze geschenken aan de chief. Deze werden direct onder alle bewoners eerlijk verdeeld.

image

Kennelijk werd het gewaardeerd, want we mochten 37 handen schudden en de Brandy was binnen een half uur op!

Tot slot kregen wij nog les in het schieten met een traditionele blaaspijp. Gelukkig geen live targets maar een bullseye op een piepschuim bord.

image

image

Achteraf zijn we blij dat we er niet zijn blijven slapen. Bij terugkomst in ons hotel begon het flink te stormen en kwam het met bakken naar beneden.

image

Helaas werd hierdoor besloten onze jungletocht niet te doen, omdat het te gevaarlijk was. Erg jammer, maar gelukkig hadden we bier en een mooi uitzicht op de donderwolken.

De volgende dag moesten we al weer vroeg uit de veren om naar Kuala Lumpur te reizen.