Doormodderen in Bagan

Na Inle Lake werden wij op een vliegtuig gezet richting Bagan. Omdat het over de weg bijna 10 uur duurt, en met het vliegtuig maar 45 minuutjes, was dat laatste op papier een betere keuze. Na een klein uurtje rijden werden wij gedumpt op misschien wel kleinste vliegveldje waar wij zijn geweest. Met slechts 1 landingsstrook en 1 wachtruimte waar niet meer dan 200 mensen in kunnen, werden wij ook getrakteerd op een flinke vertraging. Dit werd niet omgeroepen, maar door middel van een handgeschreven papiertje bij de deur duidelijk gemaakt.

Na een uurtje vertraging vlogen wij dan eindelijk naar Bagan. Eenmaal aangekomen werden wij nog even getrakteerd op het feit dat wij buitenlands zijn en dus extra moeten dokken om het beschermde gebied binnen te gaan. Zo zijn bijna alle plekken in Myanmar gratis voor de inwoners, en de rest moet dokken. Meestal zijn het kleine bedragen, maar dit keer was het 20 euro. Klinkt niet veel, maar dat is twee keer flink uit eten hier.

dsc_0167.jpg

Maar dat mocht de pret niet drukken! Zodra wij goed en wel waren ingecheckt bij het hotel, gingen wij meteen per fiets richting de pagoda’s die overal in een gebied van zo’n 25 vierkante kilometer zijn te vinden. Ja, je leest het goed, in de hitte (32 graden) zijn wij rond gaan fietsen. 



Ik weet alleen niet voor wie het zwaarder was, voor de fietsen of voor ons. De fietsen waren behoorlijk oud en moesten behalve ons gewicht, ook de onverharde wegen vol met stenen deed de fietsen niet veel goeds. Sommige wegen waren er zelfs zo slecht aan toe door de regen, dat deze een grote flinke blubberpoel waren geworden.


2016_11_13_2972

De meeste pagoda’s en andere gebouwen zijn flink beschadigd geraakt tijdens de aardbeving die plaats vond in augustus. Best een aardig aantal mag je dus niet meer in of beklimmen. 



Wij wilde graag de zonsondergang zien met een mooi uitzicht, dus wij zochten een hoge pagoda op om erop te klimmen. Wisten wij veel dat hele busladingen daar naar toe zouden gaan om hetzelfde te doen. 

Binnen de kortste keren stond de hele weg vast, omdat auto’s en bussen over hetzelfde kleine weggetje wilde rijden. 


De zon zakte steeds verder weg en de plaatselijke boeren, die daar met hun vee rondlopen zodat zij kunnen grazen, trokken zich er niets van aan en lieten hun koeien en geiten lekker tussen de toeterende bussen doorlopen.

Onderweg terug naar het hotel kom je er dan achter dat je geen licht op je fiets hebt en het toch wel heeeeel donker is… Insecten vinden je dan extra interessant en die modderpoel zie je dan niet meer… Het is maar goed dat we geen foto’s hebben van hoe we er uit zagen bij aankomst in het hotel!