Bussie naar Bago

Na Hpa-an was het de beurt om weer terug te gaan naar Yangon. Daar wachtte immers de nachtbus naar Kalaw op ons. Dus onze chauffeur bracht ons terug, maar niet zonder stop in Bago. 

Onderweg kwamen we nog een Shinbyu-stoet tegen. Heel veel harde muziek en natuurlijk olifanten met de kinderen die voor de eerste keer het klooster inboeten.


2016_11_07_1112

Bago was een beetje saai. De tempels zijn vrijwel hetzelfde als in Hpa-an an en verder is er vrij weinig te doen. Alles is opgericht om zoveel mogelijk te verdienen aan toeristen, maar toch slagen ze daar niet in. Zo moet het toegangshek voor alle toeristenhotspots ervoor zorgen dat je toegangsgeld betaalt maar als je buiten de hekken blijft, dan heb je een even goed uitzicht op voornamelijk Boedah’s, dan als je niet zou betalen. Toegegeven, de 8 euro die je betaalt om alles van dichtbij te zien is nou niet bepaald de hoofdprijs, maar toch. En als Oscar nou niet eens vergeet waar hij de kaartjes verstopt…

2016_11_08_1481

2016_11_08_1446

De volgende dag, nadat we nog bij de nationale begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog slachtoffers waren gestopt en olifantjes hebben gekeken, stond in het teken van de nachtbus. Deze nachtbus zou ons naar Kalaw brengen. De 10 uur durende hellemans rit hebben we gelukkig overleefd, maar wat een relaxte stoelen waren dat! Beenruimte zat, inclusief voetenbankje en fleecedeken! 

 

Oké,  dit was de dure uitvoering, maar vet relaxed.  Helaas goot het met bakken uit de hemel toen wij aankwamen (4 uur ‘s ochtends), en waren wij binnen 2 minuten helemaal doorweekt. Door een paar dappere scootertaxi’s werden wij bij ons hotel gedropt.