Dribbelen in Yangyon

Denise wilde niet opstaan. Kon haar geen ongelijk geven. Ik was ook nog moe, maar om nou de hele dag in bed te blijven liggen, dat is ook zo zonde van je lange reis. Na een stevig Aziatisch ontbijt stond een toer door het oude koloniale gedeelte van Yangon op de planning.

Yangon was ooit in Britse en Portugese handen en dat is terug te zien in de architectuur, voor zover de tand des tijds het toe laat. Alleen de belangrijke gebouwen worden onderhouden, de rest wordt aan zijn lot overgelaten. De meeste gebouwen worden nu bewoont door overheidsonderdelen zoals het ministerie van Landbouw, Communicatie en Immigratie. Soms duikt er ineens een kerk op, of een moskee. Of een gebouw die nog half op instorten staat omdat er een bom op is gegooid tijdens de Tweede Wereldoorlog. 
Maar goed, het blijft een Aziatische stad dus je kunt niet een paar 100 meter lopen zonder dat er een pegoda opduikt. Of een Boedah, of een hele grote Boedah. Wij werden gewaarschuwd bij de douane dat beeldjes van alleen het hoofd van Boedah of een tattoo van Boedah niet getolereerd wordt en zelfs strafbaar is. Gelukkig is de Xenos hype ondertussen wel over, want ik werd er niet vrolijk van. Maar hier worden ze er al helemaal niet vrolijk van.

Yangon heeft de grootste liggende (Chaukhtatgyi Paya) en de grootst zittende (Ngaahtatgyi Paya)  Boedah van het land. Niet iets wat wij niet eerder hebben gezien, maar dit keer was er iets opmerkelijks aan de hand. Overal werd er er, vriendelijk doch dringend, gevraagd om je schoenen uit te doen. Dat was niet het enige wat anders is dan bij andere landen. Bij de grootste zittende Boedah werd er gespeeld met het licht van buiten, zodat er een mooie gloed over hem heen kwam. Best aardig gedaan, maar dat betekend ook dat hij nat wordt als het regent. Gelukkig hadden wij de hele tijd een zonnetje, dus helaas hebben wij dat niet meegemaakt. 

Yangon is vooral beroemd om Schwedagon Paya. Op deze plek staat een gigantische grote gouden stoepa, bezaait met gouden platen, diamanten en nog meer dure steentjes die je in het land zelf en ver daarbuiten kunt vinden. De gigantische gouden toren wordt omringt door klieine huisjes met meer Boedah’s als bewoners. Je komt bij door een hele grote trap op te lopen, of als je lui bent via de roltrap of lift. Behalve dat deze stoepa heel wat gedaan heeft voor de Boedisten, stond het ook in het middelpunt tijdens vele politieke bewegingen, onder andere die van de huidige president. 

Morgen gaan wij richting Hpa-an. Een ritje van 300 kilometer oftewel 6 uur met de auto over kleine wegentjes. Hpa-an is recentelijk pas opengegooid voor toeristen dus hopelijk is het voor onze tere westerse zieltjes vol te houden.