Thee, heel veel natte thee.

Onze volgende bestemming was De Cameron Highlands. De naam verraad het al, de Engelsen hadden hier al snel door dat het op een heuvel lag. Tegenwoordig wordt dit gebied vooral gebruikt om thee te verbouwen, illegale vluchtelingen te herbergen en heel veel resort voor toeristen.

Maleisiërs zijn gek op watervallen, maar onze buschauffeur Din niet zo. Hij nam het ook niet zo nou met pauzes, dat vond hij maar vervelend. Maar omdat er expliciet werd vermeld dat wij bij een waterval zouden stoppen, moest het maar gebeuren.

Maar of Din het nou saai vond of niet, het was wel een mooie waterval. Natuurlijk zijn wij zo hoog mogelijk erop geklommen, om er later achter te komen dat een Duitser er een week eerder van de rotsen was afgegleden en naar beneden was gevallen.

De volgende stop was een bedrijfje die hele grote manden maakt van bamboe. En wie kwamen wij weer tegen? Die Duitsers natuurlijk. En die hadden ook nog de lokale gids ingepikt! Dus moest Din het maar vertellen. Waar hij uiteraard geen zin in had. Maar eerlijk is eerlijk, als hij begin te vertellen, dan ging hij ook los. Inclusief even voordoen met een van zijn messen hoe hij dat vroeger als kind deed.

Onderweg werd er natuurlijk veel gebabbeld en zo kwamen wij erachter dat onze gids vroeger een backpackkershostel runde. Hoewel hij er steeds over klaagt dat hij zoveel moet vertellen en hij geen tourguide is, vindt ie t stiekem wel leuk. Die kwek staat eigenlijk nooit stil!

Ondertussen reden wij op slingerpaadjes de bergen in naar de theeplantages. Helaas begon het ook keihard te regenen en het was flink bewolkt, waardoor het uitzicht niet verder reikte dan 100 meter. Maar dat waren wel hele mooie meters. Je kunt ze het beste vergelijken met wijngaarden. Alleen wel wel met minder vruchten en heel, heel veel bladeren.

Onze volgende stop was het resort met de toepasselijke naam Strawberry Hill. Bekend door zijn, je raadt het al, vele aardbeienplantages. Het was ondertussen droog en het plaatsje deed idyllisch aan, alsof wij zo een oud dorpje in de Zwitserse Alpen waren binnengelopen.

Alleen de weergoden waren ons niet gezint, het begon toch nog keihard te regen. Het storten zo hard naar beneden, dat wij binnen een paar minuutjes doorweekt waren. Gelukkig voor ons reed er een medewerker van het resort voorbij en wij konden een lift mee naar het resort krijgen!

Het enige wat nog miste in het restaurant was apfelstrudel. Dan maar een hamburger en sateetjes naar binnen geschrokt. We moesten tenslotte weer vroeg op, richting George Town.