Heilige duiven en staatspropaganda

De tweede dag KL stond in het teken van wat wij de vorige dagen dankzij het weer gemist hadden. Deepavali, een Hindoestaanse feestdag, was volop aan de gang en daarom leek het ons leuk om richting de Batu Caves te gaan. De Batu Caves zijn een van de heilige plekken voor Hindoestanen, omdat de grot allerlei heilige beelden bevat. Het ligt op zo’n 10 kilometer afstand van KL, maar gelukkig is de metro niet zo duur hier.
image

Het was er dus megadruk, en op wat fruit en camera stelende apen na, viel het allemaal een beetje tegen. Het leek op grote vuilnisbelt en de duiven gebruiken de grot als een groot vogelnest. Het uitzicht is prima na het betreden van 272 trappen, maar ik snap nog steeds niet hoe oudjes dit op blote voeten kunnen doen. Ik gleed met mijn schoenen een paar keer al weg…

Maar nu wij de highlights van KL wel hadden gezien, was het tijd om te shoppen. Al snel kwamen wij erachter dat de prijzen niet zoveel scheelden met de prijzen die wij in Nederland betalen, dus grote aankopen hebben wij uitgesteld. Vlakbij de Petronas Towers zat ook nog een Science Museum verstopt op de bovenste etage, uiteraard gesponsord door de oliemagnaat. Zoals gewoonlijk konden wij dit museum niet weerstaan om zelf uit te vogelen hoeveel propaganda er verteld wordt.

Hoewel het eerst allemaal gemoedelijk gaat, komt de ware aard toch snel naar boven. Eerst vertellen hoe goed Petronas is voor Maleisië, daarna vertellen over dinosauriërs en waar benzine vandaan komt, om over te gaan van de zwaartekracht en luchtweerstand naar hoe snel je kunt rijden met een benzinemotor. Het museum zou zo in Amerika kunnen staan. Er wordt geen woord gerept over Shell, die Petronas geholpen heeft om zo’n groot staatsbedrijf te worden.

Ondanks alles hebben wij het toch 2 uur volgehouden in het museum. Je kunt namelijk ook veel zelf doen, zoals je dat vroeger ook kon in het Nint of Nemo.
Zoals de traditie dicteert moest Oscar nog even graven met een kewle graafmachine. Helaas was ie kapot..
image

Uiteraard moest er ook gegeten worden, dus wij zijn terug gegaan naar het hotel om ‘s avonds iets te gaan eten bij de foodhawkers. Even spotten waar de toeristen (en dan niet doorgewinterde hippie backpackkers, die vreten alles zolang het maar goedkoop is) en lokale bevolking zitten, en dan gaan met de banaan. Helaas waren er wel wat vervelende Duitsers die erg luidruchtig waren. Wij wisten toen nog niet dat deze later nog een belangrijke rol in onze vakantie zouden spelen. Nadat wij nog een paar goedkope biertjes onder genot van het uitzicht op de lokale meukverkopers hadden genuttigd , was het weer tijd om vroeg naar bed te gaan. De volgende dag moesten we uiteraard weer vroeg op, want er stond ons weer een lange rit te wachten.