Al schuddend naar aapjes kijken

We moesten vroeg op, omdat wij een rit van zo’n 250 kilometer voor de boeg hadden. En dat gaat niet zo snel op slingerweggetjes waar flinke gaten in het wegdek zitten. Maar het vele geschud zou zeker beloond worden, omdat wij eerst langs het Orang Oetangs reservaat zouden gaan.

De grote apen worden elke dag twee keer gevoerd. Een keer vroeg in de ochtend en daarna nog eens laat in de avond. Teminste als ze daar zin in hebben… Soms hebben zij zelf genoeg voedsel gevonden om niet naar de voederplekken te komen. Maar wij hadden geluk! Een vrouwtje met kind kwam even hallo zeggen, en bleef zitten om een kokosnoot en wat bananen naar binnen te werken.

Even later werden wij door de opzichter naar een andere voerplek gedirigeerd, want daar was een ander mannetje gevonden die ook al aan het nommen was. Het blijft mooi om te zien hoe zij, terwijl zij met 3 poten aan een boom hangen, toch nog een kokosnoot weten te openen.
image

Na een uurtje en vele blikken van verwondering later werden wij uit het park gegooid. De rit naar het resort toe zou nog zeker 4 uur duren. Onze reisleider Tony wist wel waar het gaspedaal zat, maar dat betekende voor ons dat wij behoorlijk door de cabine geschud werden. De wegen zijn namelijk niet zo goed als in Nederland, en enige controle op te snel rijden ontbreekt.

Onderweg stopte wij meerdere keren, maar dat was vooral om te kunnen toileteren, saaie marktjes te bezoeken en om te lunchen. Tony vroeg aan ons of wij iets hadden meegenomen voor de plaatselijke Iban stam (ook wel bekend als de koppensnellers). Wij hadden zelf al wat kleurpotloden en stiften meegenomen, maar Tony zei dat er 37 mensen daar momenteel leefden. Dan zijn 18 kleurpotloden en 18 stiften een beetje weinig.

Omdat wij zagen dat andere toeristen al lekkernijen hadden gekocht, kochten wij wat bruikbaarders, zoals zout (om vlees te pekelen) en een fles Brandy. En uiteraard werd er voor ons wat bier ingeslagen. We moeten hun tenslotte tevreden stellen, anders zouden wij ons hoofd verliezen!

Het resort is alleen te bereiken via een boottocht. Maar dit keer was het gelukkig een normale boot. Bij aankomst bleken alle verhalen wat wij op internet gelezen hadden hartstikke mee te vallen. Iedereen klaagde namelijk dat je een behoorlijk stijle trap moet nemen om bij het resort te komen. En uiteraard moet je je eigen tas tillen. De trap was dan wel een beetje glad van de regen, maar was aanmerkelijk minder stijl dan onze trap thuis.

Eenmaal ingechecked konden wij een frisse duik nemen in het zwembad waar niemand anders was
image

en na het avondeten hebben wij vreselijk genoten van ons prachtige uitzicht, de geluiden uit de jungle en de sterren.

image

De volgende dag stond een bezoek aan de lokale Ibanstam op de planning. Een paar biertjes waren zeker nodig om ons mentaal voor te bereiden op de 40 minuten durende boottocht (met gammel bootje) daarnaartoe.