Plonsen in de Onsen

Wat een verschil. Hirsoshima en Tokyo zijn steden met miljoenen inwoners en Beppu bestaat maar uit een paar straten. Dat merk je meteen in de drukte en onbenullige oversteekplaatsen met voetgangerslicht. Waarom je 5 minuten moet wachten om een straat over te mogen steken waar geen kip rijdt, dat is mij nog steeds onduidelijk. Al maakt het radiogeluid uit het riool veel goed!

Maar goed, we gingen naar Beppu voor onze rust en voor de onsen. Onsen zijn Japanse badhuizen waar je lekker kan plonsen. Deze heb je overal wel, maar Beppu staat bekend om zijn vulkanische ondergrond waardoor het water op de meeste plekken met een graadje of 100 naar boven komt. Daarom hebben ze hier de ‘Hels’. Dit zijn toeristische plekken waar je je kan vergapen aan geisers met en zonder rotte eierengeur. Omdat het er een stuk of 8 zijn, doet elke geiser wat anders. Zo is er eentje met een kleine dierentuin eromheen waar je ook een nijlpaard kan voederen. Verder is er een hele hype om capibara’s (een kruising tussen cavia’s en olifantjes) en die mag je aaien of worteltjes voeren.

Het is helaas nog steeds bloedjeheet in Japan. In Beppu is het dan ‘maar’ 28 graden en dat voelde een stuk kouder dan de 40 graden in Hiroshima, dat betekent niet dat je niet een stevige douche kan gebruiken! In onze hostel hadden we dan ook een privé-onsen afgehuurd voor een uurtje waarbij we gezellig met zijn tweetjes konden genieten van een voor ons te heet bad. Gelukkig koelde het snel af, anders waren wij levend gekookt.

We hadden nog de mazzel dat we een festivalletje konden meepikken in Beppu. We hebben tot de dag van vandaag nog steeds geen idee waar het over ging, maar er werd veel gedanst op steeds dezelfde muziek. Na een half uurtje waren we zo in trans dat we het ook nog echt leuk begonnen te vinden. De dag werd beëindigd met vuurwerk, wat aanmerkelijk harder knalt dan in Nederland.

De volgende dag zijn we naar het Monkeypark en aquarium geweest. Want beestjes moeten natuurlijk bekeken worden! De aapjes worden ergens ver buiten Beppu gehouden zodat ze de stad niet lastig vallen. In tegenstelling tot de meeste dierentuinen lopen hier de aapjes gewoon rond en kunnen elk moment weer terug de berg op. Met een kabelbaantje die met een snelheid van een slak naar boven gaat, wordt je al snel begroet door een paar nieuwsgierige aapjes. Niet dat ze eten verwachten, want je mag ze niet voederen. Maar het blijven apen. Op de berg zelf kan je zien hoe ze allemaal trucjes doen om aan eten te komen. Het leukste is echter voedertijd. Dan rent er een Japanner met een grote bak met voer rond en alle apen worden dan gek en vallen die man aan. Dat aanzicht heb ik alleen mogen beschouwen toen de Ikea net met zijn ontbijtdienst begon.

Het aquarium daarentegen is meer gebaseerd op wat er in de omgeving aan vissen zwemmen. De sterren daar zijn een paar dikke zeeleeuwen die trucjes kunnen. Voor de rest leven de beestjes in een te klein hokje. Een basin van nog geen 10 bij 10 meter voor 4 dolfijnen is gewoon te klein. Echter, je kan er zeesterren en zeerupsen aaien. Deze voelen behoorlijk vies aan. Toch blijft het aquarium in Osaka beter. Deze is een stuk groter en ik kreeg het gevoel dat de visjes het een stuk beter hadden.

Onze volgende stop is Kumamoto, een grote stad waar nog minder te doen is dan in Beppu. Maar gelukkig komen we niet voor de stad, maar voor een berg met de toepasselijke naam Mount Aso!