Twee emmertjes water halen…

Na ons verblijf in de hotspurrrr werd het ons duidelijk dat wij afgeschermd werden van de andere groepen, maar ook van onze begeleiders. Nou snap ik ook wel dat je niet continu met ons opgescheept wil zitten, maar soms heb ik het gevoel dat Pyong het er moeilijk mee heeft om ons twee uur te missen. Misschien omdat wij dan weer Nederlands spreken en hij het niet kan verstaan, of omdat hij wil echt meer praten met ons.

In ieder geval, het ontbijt werd, net zoals andere gerechten, weer opgedeeld in kleine hapjes die elkaar langzaam opvolgen. Ik ben geen ontbijter, dus voor mij hoeft het geen uur te duren.

Daarna zijn wij naar Nampho gegaan. In Nampho staat een dam wat vergelijkbaar is met onze deltawerken in Zeeland. Pyong dreunde tijdens de 2 uur durende rit ook even alle specificaties van de dam op en vroeg toen aan ons wat de specificaties waren van onze deltawerken. We kwamen niet verder dan dat het veel op de onze leek maar die in Korea wel mooier en groter is.

Tijdens de rit reden wij vooral over het platteland. Korea bestaat voor meer dan 80% uit hard berggebied waar niets groeit. Aangezien er volgens de VN geen handel met Noord-Korea mag gedreven worden, kunnen ze ook geen voedsel en dergelijke importeren. China geeft dan wel eens wat, maar dat is vooral omdat China investeert in het land om zo zijn eigen afzet te garanderen en aan goedkopere arbeid te komen.

Maar het grote deel van het voedsel moet toch uit eigen land komen, ook omdat hun ‘geloof’, het Juche, voorschrijft dat ze zelfbehulpzaam moeten zijn. Elke vierkante meter die ze kunnen inzetten voor voedselproductie zetten ze dan ook in om mais te produceren.

Dat maakt een 2 uur hobbelende autorit erg saai, waardoor ik continu in slaap viel. Onze begeleiders ook, die vielen steevast rond 1 uur in slaap. Koreaanse siesta ofzo.

We kwamen dan eindelijk aan op een berg waar we foto’s mochten nemen van de omgeving om daarna getrakteerd te worden op een propaganda film hoe de dam door het leger en engineers is gebouwd. Deels om te laten zien hoe zo gebouw tot stand komt, maar ook dat het leger er voor het volk is, iets wat we vaker gingen zien. Na de film mochten we op het punt staan waar Kim il Sung en President Carter van Amerika elkaar de hand schudde en toen werd er medegedeeld dat de weg naar Keassong door de hevige regenbuien beschadigt was en dat we via Pyongyang naar Keassong moesten. Geen woord over eventuele doden of voedseltekorten. Daar reageerde hij lachend op maar zei er niets over.

In de buurt van Nampho werden wij bij een co-operative farm gedropt. Aangezien bijna alle bedrijven staatsbedrijven zijn, zit er bijna geen verschil tussen een normale boerderij of een co-operative farm. Het enige verschil is dat je bij een normale boerderij elke week een rantsoen aan eten meekrijgt of eens per maand en bij een co-operative de kans op winstuitkering in geld. Oftewel, lood om oud ijzer.

Maargoed, we kregen een rondleiding hoe Korea landbouw bedreef in de jaren 80. Dat verschilde trouwens niet veel met hoe wij het deden. Maar waar wij verder alles gingen automatiseren met apparaten en trekkers, gingen de trekkers die Kim il Sung persoonlijk aan het volk had gegeven kapot en gingen ze verder alles met de hand doen. Elektriciteit en benzine is schaars en de kennis om de trekkers te onderhouden was er niet.

In elk museum hangt trouwens een bord met hoe vaak en wanneer de grote leiders het museum hebben bezocht. Soms tot wel 60 keer, dus dat levert een grote plakaat op. Ook alles wat hij bezocht heeft en aanraakt wordt goed bewaard. Een stoel bijvoorbeeld waar Sung op heeft gezeten wordt beter geconserveerd dan een eeuwenoud schilderij. Een huisje wat hij had bezocht op de boerderij is nu een ‘religieuze’ plek geworden. De vrouw die daar momenteel woont met haar man en kinderen moet dus voor iedereen continu een open huis houden om te laten zien waar Kim Il Sung binnen is geweest.

Na 4 uur rijden kwamen we dan eindelijk in Keassong aan. Onderweg zie je alleen maar mais, ossen die karren trekken ( in totaal 2 paarden gezien in Korea) en mensen waarvan de ribbetjes kon tellen. Af en toe zie je een dikke auto rijden met kentekenplaat wat wees op hoge legerpief of buitenlandse investeerder. Bij elke provincie of grote stad heb je dan nog een checkpoint waar je alleen in mag als je permissie hebt, iemand van het platteland kan dus niet zomaar in Pyongyang komen.

In Keassong sliepen wij in een ‘authentiek’ huisje. Volgens traditie uiteraard op de grond. Er stond voor toeristen wel een bed, maar daarvan waren de veren door het matras gekomen dus dat was geen optie. Net zoals stroom, dat ging pas bij zondsondergang aan en er was geen airco.  Gelukkig was het buiten maar 35 graden en binnen 40. Na het avondeten (die zittend werd genuttigd) hebben we nog wat gedronken met Pyong en zochten we in het donker maar ons grondbedje op.