Calakmul

Wij dachten dat wij alles gehad hadden, maar het kan altijd nog erger. Qua wegen dan. Na een Babylonische spraakverwarring met de hotelreceptioniste omdat Oscar het hotel had geboekt op de verkeerde datum (gelukkig hadden ze nog een plekje!), was het bijna zover. We mochten Xpujil ontdekken! Dit kleine dorpje waar amper toeristen, dus er is amper iets. Eén restaurantje, één winkeltje, meer heb je ook niet nodig als je er woont, maar na een kwartier heb je het wel gezien. Snel maar wat gegeten, want de volgende ochtend stond het daadwerkelijke reisdoel op de planning.

Calakmul. Dit onbekende en moeilijk bereikbare gedeelte van de Maya tempels wordt door de meeste toeristen overgeslagen. Dat heeft twee redenen. 1: het ligt echt in het midden van nowhere. Vanaf de grotere toeristensteden is het meer dan 6 uur rijden en 2. De wegen ernaartoe zijn bar en bar slecht. Het gebied kent meerdere checkpoints waar je toegang mag betalen. En na checkpoint wordt de weg steeds slechter en slechter. Over de laatste 20 kilomter doe je ongeveer een uur, omdat er in de weg zoveel putten en scheuren zitten, dat je wel moet zigzaggen en heel, heel langzaam rijden.

Maar dan heb je ook wat! Calakmul is een van de hoogste tempels die wij beklommen hebben en als je eenmaal boven bent, dan heb je een geweldig uitzicht over de jungle! Je kunt zover kijken, dat je zelfs Guatemala kan zien.

Auto rijden in Mexico

Onze reis van Campeche naar Xpuijil was hobbelig. En dat komt door de Mexicanen zelf. Ze kennen namelijk geen regels qua autorijden. Nouja, ze zijn er wel, maar niemand houdt zich eraan. De snelheidsbordjes zijn ook geen maximale snelheid, maar een suggestie van hoe hard je kan rijden.

Op de meeste wegen mag je 80KM per uur rijden, maar iedereen rijdt er met 100KM per uur er overheen. In een SUV of pick-up truck kan dat ook wel, maar onze Nissan Versa vindt de kwaliteit van de wegen toch wat minder leuk. De ophanging heeft het ook flink te verduren door de vele gaten in de wegen. En van Denise mocht ik niet te hard rijden, want met onze auto zijn wij natuurlijk een gewild slachtoffer voor een politieagent die naast zijn loontje nog wat zwart bij wil verdienen.

Helaas waste het hotel mijn auto niet mee…


Het was dan ook even wennen aan de ongeschreven regels op de weg. De meeste wegen zijn tweebaans, met een klein vluchtstrookje. Dit vluchtstrookje wordt voor alles gebruikt. Om in te halen, of om je auto te parkeren, of als groenstrook omdat de flora de weg heeft ingenomen. Langzaam verkeer gaat zover mogelijk aan de kant voor snelverkeer. Als je merkt dat er weer een boze Mexicaan achter je staat te drammen, dan geef je door middel van je linker knipperlicht aan dat de weg veilig is en dat hij er langs kan. Daarvoor zijn je knipperlichten natuurlijk niet voor bedoeld, maar ze geven in Mexico toch amper richting aan. Wil je links, dan ga je links, wil je rechts, dan ga je naar rechts, zonder ooit je knipperlicht te gebruiken. Mocht je een weg tegenkomen die twee bij tweebaans is, dan mag je zowel links als rechts inhalen. Het gaat dan ook meer op gevoel dan op verstand, en je moet goed opletten wat anderen doen


Het was dan ook even wennen aan de ongeschreven regels op de weg. De meeste wegen zijn tweebaans, met een klein vluchtstrookje. Dit vluchtstrookje wordt voor alles gebruikt. Om in te halen, of om je auto te parkeren, of als groenstrook omdat de flora de weg heeft ingenomen. Langzaam verkeer gaat zover mogelijk aan de kant voor snelverkeer. Als je merkt dat er weer een boze Mexicaan achter je staat te drammen, dan geef je door middel van je linker knipperlicht aan dat de weg veilig is en dat hij er langs kan. Daarvoor zijn je knipperlichten natuurlijk niet voor bedoeld, maar ze geven in Mexico toch amper richting aan. Wil je links, dan ga je links, wil je rechts, dan ga je naar rechts, zonder ooit je knipperlicht te gebruiken. Mocht je een weg tegenkomen die twee bij tweebaans is, dan mag je zowel links als rechts inhalen. Het gaat dan ook meer op gevoel dan op verstand, en je moet goed opletten wat anderen doen.

Gelukkig rijdt iedereen onverzekerd rond, dus iedereen let wel op elkaar. Want je weet niet of je bij schade iets vergoed krijgt. Als je al weet wie je je heeft aangereden. Mocht je verkeerd geparkeerd staan en meneer agent ziet dat, dan halen ze je kentekenplaat eraf en mag je hem ophalen bij het lokale politiebureau. Dat geintje kun je dus twee keer doen. En aangezien de wegen onverlicht zijn, er flink wordt gedronken in de nacht en er zelfs idioten zijn die benzine willen besparen en dus hun lichten uit doen, kijkt iedereen verdomd goed uit zijn doppen.

Maar niet alleen de natuurlijke staat van de wegen zorgt ervoor dat je minder snel gaat rijden en goed op de weg let. De plaatselijke fauna heeft zijn plaats op de weg, of liever naast de weg, door. Zo lopen honden in dorpse gebieden gewoon los. Geweldig voor die beesten, maar dat betekent ook dat wel eens eentje voor je auto springt. Maar niet alleen honden zorgen voor bedreigingen, ook slangen, neusbeertjes, vossen, leguanen en zelfs een aapje heeft rechten in onze koplampen gekeken.

Een derde belemmering en potentiele autosloper zijn drempels. Deze worden strategisch neergelegd op de weg om de snelheid in toom te houden. Echter, er zijn legale en illegale drempels. De legale liggen meestal voordat je dorpen en steden binnenrijdt. Het liefst staat er dan ook een politiehokje voor om alles in de gaten te houden. De illegale zijn zelf gelegd, het liefst heel hoog en voor een huis, zodat je vanuit je huis direct een stalletje kan beginnen. En die krengen moet je echt zo langzaam mogelijk nemen, als je wilt dat je ruggengraat op dezelfde plek blijft zitten!

Het beruchte bordje. Hiermee wordt een drempel aangegeven. Een relatie tussen het aantal bergjes en drempels kon ik niet leggen.

Campeche

Campeche is een klein stadje waar de Spanjaarden als eerst aan land kwamen in Mexico. Het bezit een oude binnenstad die omringd wordt door een hoge buitenmuur. Je kunt hier makkelijk een paar uur doorheen lopen en allemaal kleine schattige huisjes en musea zien. De tweede dag zijn wij naar Edzna geweest. Deze Maja tempel mag je wel beklimmen.Verder kunnen Mexicanen goed feest vieren. In het weekend zetten zij hier straten af en worden de barretjes naar buiten toegebracht. Wij hebben dus veel te veel bier en bier en cocktails gedronken om de warmte te bestrijden! De volgende stop is Calakmul, waar verder gaan met de Maya route!

Merida

Na Holbox stond Merida op de planning. Merida is een oude stad met een groot koloniale verleden. Veel Spanjaarden bezaten hier huizen. Tegenwoordig is het een grote stad met veel banken, gringo’s, oude straatjes en nog meer te doen eromheen.

De grootste publiekstrekker is de route de Puc. Wat inhoudt dat er veel oude Maya tempels zijn. Uxmal is de bekendste. Uiteraard gingen wij er zo vroeg mogelijk naar toe, dus dat betekende om 7 uur al tijden.

Na een uurtje of 1,5 rijden ben je er net voor de grote menigte. Deze komen natuurlijk met busladingen aan. Het liefst vanuit Cancun of Playa del Carmen. Maar dan zit je ook wel 4 uur in een busje.

Gelukkig hebben we de foto’s nog!

Na Uxmal zijn wij nog naar een oude grote geweest met de naam Grottoes Loltun. Een omgekeerde cenote.

Na dagen van veel lopen konden we gelukkig bijkomen in ons huisje welke wij gehuurd hebben via Airbnb. Daar zat zelfs een zwembadje bij. Dat was ook wel nodig, want het was 37 graden in de middag!

Onze volgende stop is in Campeche, een nog ouder dorpje waar het elke dag feest is!

Walvishaaien

Na een dagje alleen maar op onze kont gelegen te hebben, was het tijd om weer wat te gaan doen Holbox staat niet alleen bekend om zijn hippe eiland gevoel, maar ook om zijn walvishaaien. 2 maanden per jaar komen deze reuze haaien naar de buurt van dit eiland om te eten. Dan zijn ze relatief makkelijk te zien en kun je in de buurt rond snorkelen.Dit is uiteraard een hele industrie geworden. Overal kom je reclame tegen van verkopers die dit soort pakketten aanbieden. Zelf de mascotte van dit eiland is natuurlijk de walvishaai. Niet een flamingo, alhoewel je die hier ook in de natuur tegenkomt.De excursie begint lekker vroeg. Om 7 uur werden wij verwacht bij een restaurant, kreeg je snel een ontbijtje, uitleg wat je wel en niet mag doen en daarna hop de boot in. Wat ze er niet bij vertelde is dat je ongeveer 2 uur moet varen. Gelukkig voor ons was de zee rustig.Na flink door elkaar geschud te zijn, kom je in de buurt van de haaien. De boot zoekt een haai uit die rustig lijkt en dan spring je met je begeleider het water in en mag je foto’s maken. Als je pech hebt, dan zwemt hij meteen weg. Gelukkig hadden wij het geluk dat er ééntje uitgebreid aan het eten was, en dus stil lag. Dan zie je echt de hele mond zich openen! Daar pas je makkelijk in zijn geheel in. Gelukkig eten ze alleen plankton. Na 2 minuten gedobberd te hebben met de haaien, is het weer tijd om te vertrekken. Op de weg terug naar het eiland zijn we nog ergens gaan snorkelen, maar dat was saai.Morgen gaan wij terug naar het vaste land. Het is 4 uur rijden naar Merida, waar het 37 graden is.

Smeergeld in Cancun

De eerste volle dag in Mexico! Na ons ontbijtje met tortilla’s en fruit was het tijd om zo snel mogelijk naar het eiland Holbox te moven. Om dat te bewerkstellen hadden wij een auto gereserveerd bij Hertz. Kan makkelijk via de website van hun, en met een beetje goed zoeken kun je korting op korting stapelen, waardoor het een stuk goedkoper zou moeten zijn.Thuis heb ik natuurlijk alles netjes ingevuld via de website. Echter in het hokje van Hertz, werd de gehele reservering opnieuw ingevoerd in de computer wat met ferme toetsaanslagen ging. Het toetsenbord is geen lang leven beschouwd denk ik.Na een uurtje alle deukjes en krasjes gefotografeerd en gedocumenteerd te hebben, konden wij eindelijk weg rijden. Ik wilde een Volkswagen Jetta, maar deze kwam zonder cruise control. Of de medewerker loog, of wilde van zijn Nissan Versio af, maar die had iig cruise control.Na weer even te moeten wennen aan een automaat in plaats van schakelbak, reden we naar het hotel. En omdat wij niet geheel aan het opletten waren, reden wij een heel klein beetje tegen het verkeer in, om zo dicht bij het hotel te parkeren. Uiteraard zag oom agent dat meteen, en zetten zijn motor achter onze auto zodat wij niet weg konden rijden.Meteen gijzelde hij mijn rijbewijs. En uiteraard sprak hij geen Engels. Hij vroeg of wij een medewerker van ons hotel konden halen, om te vertalen. Na een lang en serieus gesprek dat ik maandag mijn rijbewijs kon halen bij het politiebureau zodat is zeker wist dat ik hem zou betalen, vroeg hij of wij hem nodig hadden. Domme vraag, want wij zaten in de auto toen hij ons aantrof. Wat waren onze plannen? Nou, we gaan toeren enzo. Ow, en hebben jullie hem direct nodig? Na al die vragen begon de agent nog serieuzer te kijken en begon een lang gesprek met de hotel medewerker. Hij pakte een stapel rijbewijzen uit zijn binnenzak om te laten zien dat hij echt ons rijbewijs zou innemen. Alleen toen overspeelde hij zijn hand. Waarom heeft ie 20 rijbewijzen bij zich? En waarom was een deel helemaal vervaagt? Meneer speelde een spelletje!En toen kwam de aap uit de mouw. Hij kon ons matsen met een officiële waarschuwing! Uiteraard als we direct een deel van de boete konden betalen, dan was er niets aan de hand. Uiteraard ging dat niet midden op straat, nee dat moest in het hotel gebeuren en wij moesten het geld aan de hotel medewerker geven. Die stopte het vervolgens in een sigarettenpakje die hij op de motor legde. Uiteraard wilde meneer agent nog even laten weten dat hij het goed bedoelde en ons een les wilde geven over de verkeersregels van Mexico.40 euro lichter en een ervaring rijker gingen wij maar snel op pad. Autorijden op zich is een hele gave hier. Wegen zijn slecht onderhouden, weinig verkeersborden en iedereen rijdt stelselmatig te hard. In elk dorp liggen er overal verkeersdrempels om zo de snelheid omlaag te houden. Met als gevolg dat iedereen nog steeds snel rijdt, daarna vol in de ankers gaat om met 10km per uur de drempel te nemen. Om dit te voorkomen bouwen ze er een politie hokje bij met bromsnor om iedereen in de gaten te houden. De meeste vinden hun krantje of telefoon interessanter…Eenmaal in Holbox aangekomen wacht een waar eilandgevoel. Lekker de hele dag sloffen op slippers of de zee in. Morgen gaan we een dagje bakken in de zon en dinsdag gaan wij op zoek naar de walvishaaien!

Lief reisdagboek

De eerste reisdag is altijd een beetje saai. Stap het vliegtuig tuig, verveel je voor een lange tijd, probeer bij de douane te lachen en ga zo snel mogelijk naar je hotel.

Afgezien dat het stervensdruk was op Schiphol, viel de vlucht met TUI wel mee. De comfort class zaten ruim. Alleen het entertainment is een beetje karig. De keuze van maar 10 films en 3 series staat in schril contrast met anderen.

Langs de douane ging gelukkig sneller dan op Schiphol. Onze bagage kwam snel van de band. Helaas bleek de geboekte taxi via booking.com want minder snel. Pas na een half uur kwam die eens opdagen. Ons hotel was gelukkig dichtbij, dus daar waren wij in notime. Het was al laat, dus veel van Cancun hebben wij niet gezien. De volgende dag gaan wij de huurauto ophalen zodat we onze reis door kunnen zetten richting Holbox.

Mexico

Eindelijk weer een blogpost! Dit jaar geen lange reis naar Azië voor ons. Wij waren toe aan iets anders. Na lang zoeken werd het Mexico en wel om twee redenen. In de zomermaanden is het namelijk voornamelijk droog. Toch handig als je vooral buiten wilt zijn (lees: op het strand wilt bakken en plaatsen wilt bezichtigen). Verder is Mexico goed te doen qua zelfstandig reizen.

Het plan is ook om 3 weken lang rond te reizen. Op het menu staat Cancun, daar staat onze huurauto klaar, een paar dagen bakken op het strand op Holbox, het oude Mexico zien in Merida en Campeche, daarna de jungle in bij Calakmul, chillen in Tulum en de vakantie sluiten wij af in Playa del Carmen!

Stelende apen in Ubud

Met een grotere boot gingen wij van Gili Air naar onze volgende bestemming Ubud. Op deze grote boot kon je ook op het dak zitten zodat je lekker in de zon kon genieten van het 2 uur durende trip richting het eiland Bali. Omdat de meeste passagiers of geen zin hadden in de zon, of toch stiekem zeeziek werden, bleef iedereen binnen zitten. Behalve ik natuurlijk, en de crew die niets te doen had dan wachten. 

Helaas werden de golven toch iets wilder dan voorspelt en sloegen de golven continu over de gehele boot heen. Helaas voor mij werd ik dus continu van alle kanten belaagd door golven en werd dus nat tot aan mijn onderbroek. 

Dat was tegenslag nummer 1. De volgende tegenslag was dat het al de hele tijd regende in Ubud en dat hield continu aan. Op sommige momenten hield het even op, zodat we wat konden rondwandelen langs de vele rijstvelden die de stad rijk is. En als het dan hard regent, dan ga je maar ergens schuilen, want een paraplu of poncho helpt niet tegen stortregen. 

Een andere bezienswaardigheid in Ubud is het Monkey Forest waar je tegen betaling mag rondwandelen tussen de vele apen die daar wonen. Deze apen kunnen gewoon rondlopen door de stad, maar daar krijgen ze te eten zodat ze ergens anders geen overlast veroorzaken. Natuurlijk zijn er wat brutale apen die dat wel doen en die vreten dan alles wat los en vast zit op.

Ze weten ook precies wat wel en niet lerker is en ook waar mensen die bewaren. In tassen bijvoorbeeld. Ook ik was het slachtoffer van een paar apen die dachten dat er lekkers in mijn tas zat. Eerst vechten ze om je, beklimmen je vervolgens en rukken je tas open. Loop je weg, dan volgen ze je totdat er iets lekkerders op hun pad komt, zoals een banaan of maiskolf. 
De volgende dag stond in het teken van het beklimmen van Mount Batur die op een uurtje rijden ligt. Omdat wij van te voren hadden besloten dat het uitzicht het mooist zou zijn als de zon opkwam, stonden wij om 2 uur op om rond 6 uur klaar te zitten voor zonsopgang. De klim os ongeveer 1500 meter omhoog, duurt zo 1,5 uur in ons tempo en wordt gedaan in het pikkedonker. Nou ja, met een zaklamp voor het nodige licht om te zien waar je loopt. Anders val je zo naar beneden, want het is behoorlijk steil. 

Tegenvaller nummer 2 kwam daar opdagen. Helemaal doorweekt van de miezerige regen was het koud op de berg. Het waaide en het was zo 24 graden, een temperatuur die wij niet meer gewend waren. Uiteraard was het bewolkt, dus van een mooi uitzicht was geen sprake, maar toch hebben wij voor 5 seconden even wat zo’n door de wolken gezien. Je moest niet te lang knipperen met je ogen, anders had je het gemist. Snel even ontbijten en wat warme thee om warm te worden, was het tijd om naar beneden te gaan.

De weg terug ging redelijk, maar van de hele krater, die nog actief was, hebben wij niets gezien. Eenmaal weer beneden en terug bij het hotel hebben we maar weer ontbeten en gekeken hoe de regen met bakken naar beneden kwam. Tijd dus om wat slaap in te halen, want de volgende dag moesten we alweer vroeg op om naar Flores te vliegen.